Zingen moet ons hart. Hymnen — Ambrosius

Zingen moet ons hart — Ambrosius
Zingen moet ons hart — Ambrosius

Ambrosius
Zingen moet ons hart. Hymnen

Uitgeverij Damon
Eindhoven, 2019 (136 pp.)
1e druk
ISBN 978 94 634 0163 0
verschijnt op 27 april 2019

€ 14,90 — bestel

In de 4e eeuw kwam een oude poëzievorm tot nieuwe bloei: de hymne. Niet meer als lied voor een held of antieke god, maar als lofprijzing van de ene, christelijke God. De grootste hymnendichter uit die tijd is Ambrosius, de bisschop van Milaan. Hij gaf het Latijnse genre een vaste, strofische vorm: telkens vier verzen met elk vier jambische versvoeten. In Ambrosius’ hymnen blijft de oude cultuur meezingen. Talrijke herinneringen aan de poëzie van Vergilius en Horatius laten dat zien en horen.
In het spoor van Ambrosius schreven ook dichters als Prudentius, Sedulius, en Venantius Fortunatus hymnen. Eeuwenlang hielden hun teksten, zoals het bekende Veni creator Spiritus, een ereplaats in de liturgie. En samen met de psalmen vormen de laatantieke hymnen de bouwstenen van de getijden volgens de Regel van Benedictus.
Zingen moet ons hart brengt naast de brontekst een vertaling van de veertien klassieke hymnen van de Milanese kerkvader. Daaraan zijn dertien hymnen uit de latere periode toegevoegd. Deze oude lofzangen behoren tot het spiritueel en literair erfgoed van Europa. In de sprankelende vertaling van Patrick Lateur komen ze opnieuw tot leven, voor gelovigen én niet-gelovigen.

uit de pers — geselecteerd

uit de pers

‘Dit kostbare christelijke en West-Europese erfgoed heef Lateur melodisch doen klinken in een ogenschijnlijk eenvoudig, maar zo rijk en tegelijk geschakeerd Nederlands. De commentaren die hij achterin heeft voorzien bij elk van de door hem vertaalde veertien hymnen van Ambrosius en de dertien hymnen die in deze traditie werden geschreven, zijn in hun opbouw glashelder en in hun toelichting bijzonder informatief. Ze verraden de zeldzame kunst om veel en vaak wijdlopige wetenschappelijke literatuur in enkele paragrafen te gieten zodat een hele rijkdom aan achtergrond en context oplicht, ook voor de niet-ingewijde lezers. In zijn literaire vertaling behield Lateur de strofische opbouw – die eigenheid van Ambrosius’ hymnen is uiteraard niet weg te denken –, maar hij zag af van het eindrijm dat gebruikelijk was in vroegere vertalingen. Twee vormelementen werden met kunstig geduld in de vertaling verwerkt: de compacte verwoording en het melodische karakter van deze hymnen. In dit opzet is Lateur meer dan geslaagd. Zijn sprankelende vertaling, zo moet gezegd, “klinkt als de bode van de dag, de wachter in de diepe nacht”.’ (Jan Papy op de website van  Kunsttijdschrift Vlaanderen)

‘Opnieuw heeft Patrick Lateur een prachtige vertaling afgeleverd. […] Deze bundel smaakt beslist naar meer. Van Prudentius zijn nu alleen de strofen opgenomen die hun weg vonden naar de liturgie: een integrale vertaling van zijn Liber cathemerinon door Lateur zou welkom zijn.’ (Nienke Vos in Hermeneus)

‘In een handzame uitgave zijn de hymnen vertaald van de vierde-eeuwse kerkvader en bisschop van Milaan, Ambrosius. […] De bekende Vlaamse vertaler Patrick Lateur vertaalt ze fraai in vierregelige strofen. Behalve veertien hymnen van Ambrosius heeft hij ook dertien hymnen uit latere perioden (vierde tot negende eeuw) toegevoegd, die de vorm van Ambrosius hebben overgenomen.’ (E.A. Hemelrijk op NBD Biblion)

‘Telkens krijgen we de Latijnse brontekst, met de vertaling en een inleiding van Patrick Lateur. Zonder twijfel hymnen van hoog, hemels niveau, al kan het wat stroef overkomen om liederen zo te lezen. Misschien nodigen deze hymnen eerder uit om ook vandaag gebruikt te worden voor hun eigenlijke doel. Het is opnieuw Augustinus die dit samenvat: “Hymnen zijn gezangen die een lof van God bevatten. Is er een lofprijzing die geen betrekking heeft op God, dan is er van hymne geen sprake. Is er een lofprijzing van God maar wordt er niet gezongen, dan is er van hymne geen sprake. Om een hymne te zijn moet ze dus deze drie elementen bevatten: lof, God, lied.” Dit werk biedt alvast een mooie voorzet voor wie de rijkdom van deze traditie in onze liturgie tot leven wil wekken (naast het getijdengebed natuurlijk, waarin hymnen dagelijkse kost zijn). Diepgang, gebed en tranen verzekerd.’ (Pieter Derdeyn in Katholiek Nieuwsblad)

In het Reformatorisch Dagblad verscheen een uitgebreid interview met Patrick Lateur.

Tertio publiceerde een dubbelgesprek tussen Patrick Lateur en broeder Guerric Aerden.

Op Kerknet schreef Benoit Lannoo over Ambrosius.

Recensie op Oudweb.nl.

Recensie op ChristusRex.be.

geselecteerd

Deus creator omnium

God, Schepper van al wat bestaat,
vorst van de hemel, U bekleedt
de dag met schittering van licht,
de nacht met zaligheid van slaap.

Ontspannen leden krijgen rust,
zijn voor het daagse werk bereid.
En onze moede geest krijgt moed
bevrijd van droefheid en van angst.

Heb dank, de dag is nu ten eind,
de nacht valt en we bidden U:
help ons, we kwijten onze schuld
we heffen U een lofzang aan.

U innig zingen moet ons hart,
U toeklinken met volle stem,
U liefhebben met liefde puur,
U bidden in gematigdheid.

Als het diepduister van de nacht
de dag met zwartigheid omsluit,
kent ons geloof het donker niet,
de nacht licht door geloof weer op.

Duld niet dat onze geest nu slaapt,
want slapen mag alleen de schuld.
Geloof verkwikt een kuise geest,
verzacht nu onze wilde droom.

Geef dat ons hart diep van U droomt,
ontdaan van zinnelijke lust,
dat angst voor vijands nijd en list
ons in de rust niet wakker schrikt.

De Vader vragen wij, de Zoon,
de Geest van Vader en van Zoon,
die samen Almacht zijn en Één:
steun ons gebed, Drievuldigheid.