Zegezangen — Pindaros

Zegezangen — Pindaros
Zegezangen — Pindaros

Pindaros
Zegezangen
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam, 1999 (299 pp.)
1e druk
ISBN 90 253 4173 X

uit de persgeselecteerd

Onze moderne Olympische spelen gaan terug op een traditie die in de oudheid atleten uit de hele Griekse wereld samenbracht bij heilige spelen in Olympia, Delfi, Nemea en op de Isthmos van Korinthe. Zij streden er om de overwinning en de onvergankelijke roem. Hun prestaties werden niet alleen vereeuwigd door beeldhouwers en schilders, maar ook door dichters. De grootste onder hen, en volgens velen de grootste lyricus van de oudheid tout court, was Pindaros (ca. 520-445).
Voor de viering van de Olympische en andere winnaars schreef de zanger van Hellas talrijke oden, die bewaard zijn gebleven. Dat laatste is op zichzelf al veelzeggend gezien de fragmentarische overlevering van de overige Griekse lyriek.
Centraal in deze Olympische, Pythische, Nemeïsche en Isthmische oden staat niet zozeer het sportieve gebeuren zelf, als wel de verheerlijking van de succesvolle atleet, zijn stam en zijn stad. De aristocratische Pindaros kadert die lof in het hele archaïsche systeem van waarden en bezingt het precaire geluk van de mens die zich even een god weet. Hij grijpt daarvoor terug op de oude mythen. Hij vertelt en herschept ze en geeft ons daarmee een laatste kijk op de mythisch-religieuze denkwereld van de oude Grieken, vlak voor het rationalisme van de sofisten zijn intrede doet.
In een werveling van plastische beelden, flitsende gedachten en wisselende ritmen leren we de diepte van Pindaros’ denken kennen, en worden we gegrepen door de enorme kracht van zijn poëzie. Zijn magistrale gelegenheidsgedichten werden bewonderd door Horatius en Quintilianus, door Goethe en Hölderlin, door Kloos en Couperus, en blijven een uitdaging voor postmodernisten.

uit de pers

‘De vertaling, in vrije versvorm, behoudt de beeldenrijkdom van Pindaros en doet recht aan zijn gedragen stijl en muzikaliteit. Ze wordt voorafgegaan door een uitstekende inleiding en gevolgd door verhelderende toelichtingen.’ (Kristoffel Demoen in Streven)

‘De poëticale kracht, zo groot bij Pindaros, blijft groot bij Lateur, en dat is een prestatie op zichzelf.’ (David Rijser in NRC Handelsblad)

‘De ongetwijfeld belangrijkste vertaling uit 1999 […]. De vertaler doet in een soepel, helder, heel toegankelijk en poëtisch Nederlands recht aan de uitzonderlijke kwaliteit van een groot klassiek dichter.’ (Willy Spillebeen in Kreatief)

‘Niets dan goeds over de Pindaros van Lateur.’ (Nicolaas Matsier in Vrij Nederland)

‘Het kost inderdaad soms moeite om in de vertaling de spanning terug te vinden van het origineel en de uiterste precisie waarmee de Griekse dichter deze oden componeerde. Het enige verwijt dat de vertaler gemaakt zou kunnen worden — als het al een verwijt is — heeft dan ook betrekking op zijn neiging Pindaros’ verzen wat al te verklarend weer te geven.’ (Wim Verbaal in Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur)

‘Zegezangen, zoals de vertaling heet, is voldoende lectuur voor de tiendaagse van de aanstaande klassieke boekenweek.’ (Kees Fens in De Volkskrant)

‘Nu heeft Patrick Lateur de herculestaak volbracht en in zeven jaar alle vijfenveertig oden vertaald. Hij heeft de gedachtegang van elke ode verduidelijkt in een parafraserende samenvatting en ook nog een verklarend register met eigennamen toegevoegd. De prestatie verdient gezien de omvang en de moeilijkheidsgraad van het corpus op zichzelf al een vertaalprijs. Maar de vertaler, zelf dichter, is er ook nog in geslaagd van deze ingewikkelde verzen poëzie te maken.’ (Paul Claes in De Standaard der Letteren)

‘Heeft alles om het in onze tijd bij de modale poëzieliefhebber niet te redden […] en toch is Pindaros overweldigend, al zult u er meer dan drie dagen voor nodig hebben en is hij niet de geschikte literatuur om rustig bij in te dommelen. De Thebaanse adelaar klapwiekt je wakker met brutale metaforen. Bovendien is hij groots vertaald.’ (Patrick De Rynck in De Morgen)

geselecteerd

Nooit kreeg één aardbewoner van godswege
een betrouwbaar teken van wat komen zal.
Blind is onze kennis van de toekomst.
Veel valt anders uit dan mensen voorzien,
vreugde krijgt een domper, anderen die zware
stormen trotseerden,
ruilen in weinig tijd hun ongeluk voor diep geluk. (Ol. 12)

Wezens van één dag. Iemand zijn, niemand zijn: wat betekent dat? Droom
van een schaduw is een mens. Maar komt een glans door god gegeven,
dan ligt een stralend licht over de mensen, hun bestaan is zoet als honing. (Pyth. 8)
Ik kwam in opdracht van de Theandriden en sta hier
als heraut van spelen
die lijf en leden harden in Olympia in Nemea en op de Isthmos. (Nem. 4)

Want dat krijgt weerklank en blijft onsterfelijk
door goede poëzie. Voor eeuwig
trok over de vruchtenrijke aarde en over de zee
de onvergankelijke luister van heerlijke daden.
Mogen de Muzen mij genegen zijn
om de fakkel van hymnen aan te steken
ook voor Melissos, Telesiades’ jonge loot. (Isthm. 4)