Het leven van Sint-Maarten — Sulpicius Severus

Het leven van Sint-Maarten — Sulpicius Severus
Het leven van Sint-Maarten

Sulpicius Severus
Het leven van Sint-Maarten
Lannoo
Tielt, 1997 (103 pp.)
1e druk
ISBN 90 209 3225 X

uit de persgeselecteerd

In Vlaanderen en Nederland staat Martinus van Tours bekend als een eerder folkloristische heilige, van wie men weinig meer weet dan dat hij als Romeins soldaat bij de stadspoort van Amiens zijn mantel deelde met een arme. Maar toen Martinus in 397 stierf, had een tijdgenoot en bewonderaar van deze monnik-bisschop reeds een levensbeschrijving gepubliceerd, die nadien nog werd aangevuld met een drietal brieven over onder meer zijn dood en begrafenis.
De Vita Sancti Martini van Sulpicius Severus is een uitzonderlijk document dat een boeiend beeld geeft van de asceet, apostel en wonderdoener Martinus die leefde op een breuklijn der tijden. Vol reminiscenties aan antieke en bijbelse teksten houdt advocaat Sulpicius een pleidooi voor een evangelisch bewogen man, die de kerk en de wereld van de vierde eeuw voor uitdagingen plaatste.
Martinus’ levensverhaal is kerkhistorisch een basisdocument over de christianisatie van West-Europa en werd literair gezien het model voor alle latere middeleeuwse heiligenlevens. Cultuurhistorisch was Sulpicius’ werk bepalend voor de rijke iconografie van Martinus.

uit de pers

‘Lateur bezorgt met Het Leven van Sint-Maarten een nieuwe Nederlandse vertaling van dit voor het genre van de hagiografie trendbepalende en voor de kerkgeschiedenis van de vierde eeuw uiterst belangrijke werkje. Hij leidt het ook deskundig in.’ (Pascal Cornet in De Morgen)

‘Lateur biedt een veelal soepel lopende vertaling, met hier en daar een charmante Vlaamse wending. Alleen over de interpunctie ben ik minder te spreken. Toch voelde ik geen ergernis hierover opkomen. Ik denk dat ik verleid ben door de aantrekkelijke vormgeving van het boek.’ (Vincent Hunink in Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur)

‘Martinus’ levensverhaal is in tekstgetrouw maar vlot hedendaags Nederlands vertaald.’ (Peter Vande Vyvere in Kerk en Leven)

‘Lateurs puike en vlotte vertaling, samen met de epiloog van Vermassen, brengt Martinus terug tot zijn ware dimensie: die van evangelisch inspirator, van appèl en vraagteken voor een verlamd christendom.’ (Jan Papy in Kleio. Tijdschrift voor oude talen en antieke cultuur)

geselecteerd

Het feestmaal bij keizer Maximus in Trier

Als tafelgenoten waren daar voorname en hooggeplaatste personen aanwezig, die als het ware voor een feestdag waren opgeroepen: de prefect en consul Evodius – de rechtvaardigheid in persoon -, twee keizerlijke ambtenaren die met de hoogste macht bekleed waren, de broer van de keizer en zijn oom. De priester die Martinus begeleidde, was tussen deze hoogwaardigheidsbekleders gaan aanliggen, maar zelf was hij op een stoeltje gaan zitten dat naast de keizer was gezet. Ongeveer halverwege de maaltijd bood een dienaar volgens de gebruiken de keizer een drinkschaal aan. Hij gebood hem de schaal liever aan de allerheiligste bisschop te geven. Hij hoopte en verwachtte de beker uit Martinus’ hand te ontvangen. Maar toen Martinus gedronken had, gaf hij de schaal aan zijn priester. Hij was er namelijk van overtuigd dat niemand het méér verdiende om als eerste na hem te drinken en dat hij niet eerlijk zou zijn tegenover zichzelf als hij een grotere eer bewees aan de keizer zelf of zijn voornaamste medewerkers dan aan een priester. De keizer en alle aanwezigen hadden zo’n bewondering voor dat gebaar, dat zij zelfs ingenomen waren met een houding waaruit minachting voor hen sprak. In heel het paleis werd het een druk besproken onderwerp: tijdens een keizerlijk gastmaal had Martinus gedaan wat geen enkele bisschop gedaan had onder de maaltijden die de laagste ambtenaren hun aanboden.