Volledig dichtwerk — Anton van Wilderode

Volledig dichtwerk — Anton van Wilderode
Volledig dichtwerk — Anton van Wilderode

Anton van Wilderode
Volledig dichtwerk. Gebundelde gedichten
Lannoo
Tielt, 1999 (1790 pp.)
1e druk
ISBN 90 209 3802 9

uit de pers

Het poëtisch oeuvre van Anton van Wilderode (1918-1998) ligt verspreid over meer dan dertig bundels en geïllustreerde boeken die verschenen bij reguliere en occasionele uitgevers, in bladen en tijdschriften, kunstmappen en kunstboeken, in brochures en op drukwerk van openbare en particuliere vieringen en herdenkingen. Naast de gepubliceerde verzen is er nog het omvangrijke nagelaten dichtwerk. Volledig dichtwerk brengt in twee delen de gebundelde gedichten en de verspreide en nagelaten gedichten, waarvan dit het eerste deel is.
Vierentwintig bundels van De moerbeitoppen ruischten (1943) tot De dag sneeuwt dicht (1998) vormen het corpus van dit eerste deel van het Volledig dichtwerk. Het wordt aangevuld met de resterende gedichten uit vier bloemlezingen (De dag van eden – Zachtjes, mijn zoon ligt hier – Ex libris – Tweegelui), twee fotoboeken over de streek en het dorp van de dichter (Sint-Niklaas en het Land van Waas – Moerbeke-Waas toen en thans), twee boeken met gedichten bij religieuze kunstwerken (Die Beelden Sijn Der Leken Boeken – De Rozenkransikoon) en uit de thematische kerstbundel Op hoop van vrede.
Deze leeseditie brengt voor het eerst een betrouwbare en volledige leestekst van de ca. 1700 gebundelde gedichten met een uitgebreide verantwoording. In het indrukwekkende register op titels en beginregels geven kenletters telkens de bundel(s) aan waarin het gedicht te vinden is.

Zie ook: Anton van Wilderode, Nagelaten gedichten en Sappho.

In Trajecta, tijdschrift voor de geschiedenis van het katholiek leven in de Nederlanden (1999)4, publiceerde Patrick Lateur de bijdrage Anton van Wilderode (1918-1998). De zanger van weemoed, verlangen en geluk.

uit de pers

‘De priester-dichter Anton van Wilderode (1909-1999) was de afgelopen halve eeuw uitgegroeid tot een waar monument in de Vlaamse letteren. De uitgave van zijn verzameld werk kon — ook al gezien het ware commerciële succes van Van Wilderodes poëzie — niet lang op zich laten wachten. Tekstbezorger Patrick Lateur is er echter in geslaagd om nog in 1999 een verantwoorde leeseditie te bieden van alle bundels die van de hand van de dichter verschenen; voor de verspreide en nagelaten gedichten wordt een tweede boekdeel in het vooruitzicht gesteld. Dat deze lijvige verzamelbundel, een boek van 1800 pagina’s, analoog typografisch werd uitgevoerd aan de Verzamelde gedichten van Guido Gezelle, staat alleszins garant voor een grote leesbaarheid en een handig formaat. Verantwoording, bibliografische gegevens en het register zijn beknopt maar terzake. Wij leren eruit hoe poëzie voor Van Wilderode steeds een zeker gebruikskarakter heeft behouden; naarmate het hem zinvol leek, nam de dichter eenzelfde vers meermaals op in verschillende dichtbundels. Inhoudelijk noch formeel is er bij een oeuvre als dit sprake van ingrijpende veranderingen. De dichter stelt zich van bij het begin op als een chroniqueur én als een woordvoerder, die waarneemt en registreert wat hij voelt. Tegelijk is Van Wilderode zich evenwel steeds bewust van het communicatieve streven van zijn poëzie; de dichter kiest niet voor al te specifieke thema’s en emoties, maar integendeel voor herkenbare ervaringen. Het efficiënte gebruik van ritme, klank en symboliek verhoogt beslist de impact van deze gedichten op de lezer. Van Wilderode heeft zich ontpopt als een virtuoos dichter, die bijzonder goed toetsen en variaties beheerste binnen zijn zo herkenbare idioom; het nadeel van een verzamelbundel in deze is misschien wel, dat de lezer gaandeweg de voorspelbaarheid van bepaalde tics gaat doorzien. Toch staat buiten kijf dat de samensteller met zijn grote arbeid de talrijke Van Wilderode-lezers een zinvolle standaardeditie heeft bezorgd. Pas nu kan echt werk gemaakt worden van een grondige studie van zijn poëzie, zijn poëtica en werkwijze.
Dit Volledig dichtwerk vormt een geslaagd eerbetoon aan een belangrijk dichter in de Vlaamse letteren, maar allicht zal de uitgave vooral medestanders van zijn werk verder overtuigen en bevestigen in hun lof voor de dichter. De bezwaren van tegenstanders — een al te conservatieve ideologie, een soms te gladde schriftuur en een zekere vervlakking — zullen met deze uitgave niet definitief worden weggenomen. Hoewel, wie deze gedichten leest, vindt voortdurend onvermoede pareltjes, regels die dwingen tot herlezen, beelden die over een grote afstand opnieuw opduiken, motieven die de dichter soms na jaren herschrijft en herinterpreteert, een spreektoon die nu eens inlevend is en dan weer verrassend afstandelijk en ironisch. Kortom: dit boek biedt een geslaagde, indringende kijk op een boeiend dichterlijk oeuvre.’ (Dirk de Geest in Leesidee)