De Regel van Benedictus

De Regel van Benedictus
De Regel van Benedictus

De Regel van Benedictus
Lannoo
Tielt, 2010 (224 pp.)
1e en 2e druk
ISBN 978 90 209 9065 2
€ 24,99 — bestel

uit de persgeselecteerd

De Regel is niet alleen een basistekst voor benedictijnen, cisterciënzers en trappisten, maar voor de hele Westerse cultuur. Benedictus is niet voor niets de ‘patroon van Europa’.
Benedictus, die rond 550 overleed, schreef zijn Regel als praktische leidraad voor het kloosterleven in een abdij. Hij heeft aandacht voor drie essentiële aspecten: studie, gebed en arbeid en hij beklemtoont het belang van nederigheid, gehoorzaamheid en tevredenheid.
Patrick Lateur ging de uitdaging aan om deze beroemde tekst opnieuw te vertalen.
Deze recente vertaling uit 2010 (met de nodige verklarende annotaties) leunt zo goed mogelijk aan bij de brontekst en tracht de kleur en tonaliteit van het origineel te bewaren. Daarom wordt ook de Latijnse tekst afgedrukt.
De uitgave wordt afgerond met korte essays van Benoit Standaert en Wil Derkse.

uit de pers

’30 dec.: De Regel van Benedictus (voor Lannoo vertaald door Patrick Lateur) predikt een vergeten deugd: deemoed.’ (Decemberglimpen van Paul Claes in Knack, 03/01/2011)

‘Patrick Lateur heeft deze tekst goed vertaald in een sober Nederlands en met de nodige verklarende annotaties. Citaten uit de Bijbel (of verwijzingen ernaar) heeft hij gecursiveerd, en de referenties heeft hij samengebracht in een register. De uitgave wordt afgerond met korte essays door Benoît Standaert en Will Derkse. Benedictus’ Regel werd al vlug, en gedurende eeuwen, geprezen en gewaardeerd. De tekst bevat heel wat interessante curiosa, maar elementen als tevredenheid en gematigdheid, stilte en contemplatie, en een onverstoorbaar en vreedzaam leven, behouden ook vandaag nog hun waarde. In de voorbije twee decennia is de benedictijnse spiritualiteit vaak geactualiseerd in tal van uitgaven. Deze mooi verzorgde en degelijke tweetalige Regel van Lateur kan hiervan een mooi sluitstuk vormen.’ (Jef Ector in De Leeswolf)

geselecteerd

53. Ontvangst van gasten

(1) Alle gasten die zich onverwachts aandienen, moeten ontvangen worden als waren zij Christus, want zelf zal Hij zeggen: ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen Me op.’ (2) En aan allen wordt de gepaste eer bewezen, vooral aan onze geloofsgenoten en aan vreemdelingen.
(3) Zodra dus een gast wordt aangekondigd, zullen de overste en de broeders hem tegemoet lopen met alle liefdevolle gedienstigheid. (4) Eerst bidden zij samen en omhelzen elkaar dan in vrede. (5) Deze vredeskus wordt pas gegeven nadat men heeft gebeden omwille van de misleidingen van de duivel.
(6) Bij de begroeting zelf moet alle nederigheid worden betoond tegenover alle gasten die aankomen of vertrekken. (7) Men buigt het hoofd of men werpt zich volledig op de grond en zo aanbidt men in hen Christus, die men inderdaad ook ontvangt. (8) Na de ontvangst leidt men de gasten mee voor het gebed en daarna gaat de overste of iemand die hij de opdracht gaf, bij hen zitten. (9) Om hem te stichten zal men in het bijzijn van de gast uit de goddelijke wet voorlezen en daarna worden hem alle blijken van gastvrijheid betuigd. (10) Omwille van de gast verbreekt de overste zijn vasten, behalve wanneer het toevallig een speciale vastendag is die men niet mag schenden. (11) De broeders van hun kant gaan gewoon door met vasten. (12) Over de handen van de gasten giet de abt water, (13) de voeten van alle gasten worden gewassen zowel door de abt als door de hele communauteit. (14) En na het wassen zegt men het volgende vers: ‘God, wij hebben uw barmhartigheid ontvangen in het midden van uw tempel.’
(15) Men zal vooral aandacht en zorg besteden aan de opvang van armen en vreemdelingen, omdat men in hen Christus nog meer ontvangt, terwijl het ontzag voor de rijken ons vanzelf ertoe dwingt hen te eren.
(16) De keuken van de abt en de gasten moet apart liggen, zodat de broeders niet gestoord worden door gasten die zich op onvaste uren onverwachts aandienen – want die ontbreken in een abdij nooit. (17) Twee broeders die deze taak goed vervullen, zullen een jaar lang in die keuken dienstdoen. (18) Indien nodig, wordt hun hulp geboden, zodat zij dienen zonder mopperen. En omgekeerd, als het werk hen minder in beslag neemt, gaan zij werken waar het hun wordt opgelegd. (19) Die overweging geldt niet alleen voor hen, maar voor alle taken in de abdij: (20) wanneer broeders hulp nodig hebben, wordt die verleend, en omgekeerd, is er geen werk, dan volgen zij de bevelen op die zij krijgen.
(21) Op dezelfde manier wordt het gastenverblijf toegewezen aan een broeder wiens ziel vervuld is van ontzag voor God. (22) Daar moeten voldoende opgemaakte bedden staan. Wijzen moeten op een wijze manier Gods huis beheren.
(23) Wie daar niet mee belast werd, neemt absoluut geen contact met gasten en praat niet met hen. (24) Maar ziet of ontmoet hij gasten, dan groet hij hen nederig, zoals wij gezegd hebben, hij vraagt hun zegen en gaat langs hen heen met de verklaring dat hij met een gast niet mag spreken.