Ravenna

Ravenna
Ravenna

Ravenna
Uitgeverij P
Leuven, 2001 (64 pp.)
1e en 2e druk
ISBN 90 76895 16 3

uit de persgeselecteerd

De mozaïeken van Ravenna zijn verblindend mooi, maar verblindend. Wat in de vijfde en de zesde eeuw in opdracht van Galla Placidia, Theodorik en Justinianus op wanden en in koepels van de Ravennatische cultusgebouwen werd aangebracht, ontroert en ergert tegelijk. Enerzijds zijn er de thema’s die herinneren aan de vroegste christelijke kunst uit de catacomben, zoals herten en duiven of de figuren van Abraham en Petrus. Anderzijds spreekt er uit de programmatische kunst van Ravenna een duidelijke band tussen politiek en religie. Een Goede Herder gekleed in keizerlijk purper, op de paleiszuilen handen van verguisde figuren, keizer en keizerin tronend op de wanden van het koor. In deze nieuwe bundel wandelt de dichter door de stad van mozaïeken en beweegt zich in het spanningsveld van authentieke symboliek en politieke maskerade.

uit de pers

‘In een cirkelachtige structuur onderneemt hij zijn zoektocht naar het wezen van de stad om uiteindelijk zijn eigen spirituele constructie enigszins te nuanceren. […] Op die manier wordt het avontuur in de stad ook tot een persoonlijke odyssee die aanvangt in bewondering, verwondering en zelfbevraging. Ravenna is een rijke bundel, waarin doelbewust aansluiting wordt gezocht bij een klassieke beeldspraak en een klassieke versificatie. In die zin blijft Lateur het poëtische traject dat hij eerder met Catacomben en De speelman van Assisi aanzette, volledig trouw.’ (Dirk de Geest in Leesidee)

‘In Lateurs elegante gedichten over Ravenna gaat het over vergane glorie, over politieke maar ook godsdienstige machtsspelletjes: een “theater van macht en schijn”. De wereldgeschiedenis is op deze plek meteen ook bijbelse geschiedenis. De “eilanden van stilte” die de mozaïeken vormen bieden “tijdloos onderdak”. Indrukwekkende klassieke cultuur. Maar evenzeer proeft de dichter in de uitgebeelde scènes de vertwijfeling van hen die ooit zo machtig waren. […] Ravenna is een bundel om in alle rust te lezen, op je in te laten werken en bij te mediteren.’ (Bert van Weenen in Meander. Literair e-zine)

geselecteerd

Herten
Ik ken de herten die ik drinken hoor
van golvend water uit een bron omkringd
door kruid en lussen van akant. Een koor
psalmodieert en het gewelf weerklinkt

nu van het oude lied en van verlangen
dat hinden dorstig uit de wouden drijft.
Ooit rende in een Umbrisch dal een bange
ree ijlings van me weg, liet me verstijfd

staan bij de beek waar water onverstoord
bleef stromen en ik in zijn rimpelbaan
mijn breekpunt zag, mijn vragen heb gehoord.
En stil, ontdaan, ben ik toen weggegaan.

Mausoleum (Theodorik)

‘Ik kan Boëthius nu niets meer vragen,
mijn vriend, een man van wijsheid, mijn verrader.
Hij stierf vertroost, mij vreten onbehagen
en onrust aan, mijn dood komt alsmaar nader.

Men bouwt mijn graf buiten de stad: de luister
van oude keizers en de geest van Goten,
een kalken decagoon rondom het duister
van leegte met een monoliet gesloten.

Lemuren groeten me terwijl ik traag
de trap beklim, me hoed voor de fantomen
en loer in mijn porfieren sarcofaag.
Laat nu het orthodoxe gif maar komen.’

Theodora

Uit de coulissen van het Hippodroom
kwam deze danseres. Haar fonkelogen
verraden hoe zij hoerde zonder schroom.
Zij pronkt beaat, haar woord klinkt onvertogen.

Zij droomt nog wat onwennig in haar weelde.
Of ziet zij lonkend naar de tegenwand
de laatste minnaar die haar warmte streelde,
haar luister gaf en macht van hogerhand?

De volle beker die zij weldra schenkt:
een schijn van heiligheid en offergave.
Hij ademt geur van wijn. Beneveld denkt
zij aan de wilde uren in de haven.

Eilanden

‘Where Dante sleeps, where Byron loved to dwell’
lees ik bij Wilde. En zij gedrieën droomden
van oude glorie, nodeloos herstel.
Ravenna blijft de grote schim van Rome.

Maar zagen zij die eilanden van stilte?
Gebakken steen, het spel van rond en vlak,
en mozaïektapijten, kille, milde,
voor reizigers een tijdloos onderdak?

Ik sluit het boek van glas, noteer mijn glossen
en loop de andere wereld in, herleef
in dichte straten, verre pijnboombossen
waar Dante slaapt, waar Byron graag verbleef.