Pervigilium Veneris

Pervigilium Veneris
Pervigilium Veneris

Pervigilium Veneris
Een lentelied
Uitgeverij P
Leuven, 1996 (29 pp.)
1e, 2e en 3e druk
ISBN 90 73214 63 7

uit de persgeselecteerd

Het Pervigilium Veneris een anoniem gedicht uit de vierde eeuw, bloeit als een late roos in het herfstlandschap van de antieke Latijnse poëzie. Centraal staat Venus, godin van de liefde, die in de lente de natuur weer tot leven brengt. Haar lentefeest is voor de dichter aanleiding tot een evocatie van de universele kracht van de liefde én een aangrijpende klacht over zijn eigen eenzaamheid. Het Pervigilium Veneris, dat o.a. door Bilderdijk werd vertaald en dat Gorter beïnvloedde bij het schrijven van Mei, is een hymnische, jubelende lofzang op het beminnen. De rijke verbeeldingskracht van de dichter maakte dit traditionele gegeven tot een uniek tekstjuweel.

uit de pers

‘Lateur heeft een vaak moeilijke tekst voorbeeldig en, waar nodig, verduidelijkend vertaald. Zijn uitgever maakte van deze vertaling (mét de originele tekst op de linkerbladzijde) een fraai boek dat erom vraagt te worden gestreeld.’ (Luc Devoldere in De Standaard der Letteren)

‘Voor nog geen drie tientjes een bibliofiele uitgave met een mooie tekst – wat wil een mens nog meer?’ (Vincent Hunink in Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur)

‘De nieuwe vertaling, voorbeeldig chic uitgegeven, is geschreven in het perfecte idioom. Je denkt aan en je hoort verzen en woorden van Gorter, Ida Gerhardt en Van Wilderode. In weinig gedichten barsten de bloembotten zo klinkend open als in dit Pervigilium Veneris van Patrick Lateur.’ (Patrick De Rynck in Poëziekrant)

‘En waarom ik u aanraad twee exemplaren aan te schaffen van dit bibliofiel meesterwerkje? Opdat u zelf ook nog een exemplaar zoudt hebben van dat boekje dat u straks cadeau doet. Want ook eigenliefde is een vorm van liefde.’ (Mark Vlaeminck in Het Nieuwsblad)

‘Dat klassieke poëzie de moderne lezer niet per se hoeft af te schrikken, is een aangename vaststelling. Een aanrader voor wie kennis wil maken met een uniek en pittoresk tekstfragment uit de late Latijnse literatuur.’ (Hans Willemse in Financieel Economische Tijd)

‘Ongetwijfeld zal over vijftig, twintig of vijf jaar wel een nieuwe Nederlandse vertaler van dit lentelied opstaan. Maar voorlopig brengt deze versie de hedendaagse lezer het dichtst bij het Pervigilium Veneris.’ (Hans Warren in Provinciale Zeeuwse Courant)

‘Het is heerlijk verposen bij deze verzen en dat volstaat om dat grote, warme, dragende gevoel van liefde en verbondenheid over tijd en ruimte te ervaren.’ (Concept)

geselecteerd

Morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad,
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen.

Een nieuwe lente! Vol geluiden
de lentelucht waaruit de wereld
geboren werd! Alles is liefde
en harmonie en al wat vleugels
heeft, huwt in lentetijd. De buien
bevruchten kruinen, als een bruid bindt
het woud de haren los. En Venus
die liefdesbanden knoopt, vlecht morgen
met mirtentwijgen in het lommer
van bomen pril-groene priëlen.
Ja, morgen zetelt weer Dione
hoog op haar troon: haar woord zal wet zijn.

Morgen moet de liefde komen
bij wie nooit heeft liefgehad,
bij wie ooit heeft liefgehad
moet de liefde morgen komen.