Odyssee. Een zwerver komt thuis — Homeros

Odyssee. Een zwerver komt thuis — Homeros
Odyssee — Een zwerver komt thuis

Homeros
Odyssee — Een zwerver komt thuis
met een nawoord van Emily van Opstall
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam, 2016 (615 pp.)
1e druk
ISBN 978 90 253 0409 6 (e-book: 978 90 253 0415 7)
€ 39,99 (e-book: € 14,99) — bestel

uit de pers

De Odyssee is het mooiste boek ooit over eilanden en ellende, over monsters en minnaars, over vaders en zonen, over een man en zijn vrouw.
Met Odysseus verkent de lezer de oude wereld, op en rond de Middellandse Zee, en met hem vraagt hij zich af wat de brutaliteit van de Cycloop of het lied van de Sirenen voorstelt in het licht van de grote thuisreis. De lezer voelt mee met Telemachos, die zijn vader zoekt, verafschuwt de vrijers, sympathiseert met Penelope. En wacht met haar.
Twaalf lange zangen lang leeft de lezer mee met de man die eindelijk thuis op Ithaka zijn plaats als vader, echtgenoot en vorst weer zal innemen. Met de Ilias in het achterhoofd, een verhaal vol macho’s en spierkracht, ontdekt de lezer in de Odyssee een andere wereld, die van volharding en denkkracht. Aanvaard met Odysseus de odyssee: de grote reis van elk mensenleven.

uit de pers

‘Lateur versus Dros – […] Lateur begon vijf jaar geleden aan het vertaalwerk. Lateur nodigde Dros ook uit voor zijn presentatie, want vertalers moeten elkaar steunen “ondanks onze grote meningsverschillen”. Die verschillen liggen met name in het gekozen metrum, het ritme van het gedicht. Lateur: “De Odyssee is oorspronkelijk een gezongen gedicht. Maar tegenwoordig zingen we het niet meer, we lezen het of dragen het voor.” Het klassieke ritme, de hexameter, is daar volgens de Vlaming niet geschikt voor. […] Ook UvA-docent klassieke talen David Rijser ziet de verschillen tussen het werk van Dros en Lateur. “Bij Dros lees ik meer Dros, bij Lateur is de sfeer van die tijd er meer in blijven zitten.”‘ (Misha Melita in Het Parool)

‘Opnieuw heeft de vertaler ons een tekst gegeven die onnadrukkelijk vormvast is en zich leent om hardop te lezen. Met dank aan zijn métier en het register dat hij in zijn eigen poëzie, die in de traditie staat van Anton van Wilderode, zo goed beheerst. Lateurs versie is de veertiende integrale vertaling van de Odyssee in het Nederlands. Als u het mij vraagt, blijft van de vorige alleen de prozavertaling van M.A. Schwartz uit 1951 naast die van Lateur overeind. Heldere annotaties, een register van persoons- en plaatsnamen en een interessant nawoord van Emilie van Opstall […]. U weet wat u te doen staat.’ (Luc Devoldere in Standaard der Letteren, ****)

‘Lateurs vertaling leest soepel en vlot. De brede versregels van Homeros zijn vervangen door korte. Er zit veel vaart in, met af en toe mooie ritmische versnellingen en vertragingen. De meest typische homerische wendingen zijn vervangen door naturel Nederlands. De blankarmige Nausikaä heet hier “Nausikaä met blanke armen”, en de rozevingerige dageraad “de Dageraad met roze vingers”. Maar er wordt nog wel archaïsch gevaren over “het wijnrood zeediep” en soms ontsnapt er nog steeds, op ouderwetse wijze, een woord aan ‘een haag van tanden”.’ (Guus Middag in NRC, ****)

‘Een nieuwe vertaling van de Odyssee zal het werk ontsluiten voor een nieuwe generatie lezers. […] Lateurs uitstekende vertaling, die trouwens ook een parel van een nawoord door Emilie van Opstall meekreeg, draagt daar alleen nog maar toe bij. Veel van Lateurs vertaalkeuzes staan in het teken van de toegankelijkheid van de tekst. Net zoals in zijn vertaling van de Ilias (2010), die met veel lof onthaald werd en waarvoor hij in 2013 de Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Letteren kreeg, hanteert Lateur rijmloze vijfvoetige jamben. Dit metrum mag dan iets minder expressieve mogelijkheden bieden dan de hexameter van de Griekse brontekst, het sluit, zoals Lateur terecht zegt, een stuk beter aan bij de cadans van gesproken Nederlands. Hij hanteert zijn versmaat trouwens met de nodige vrijheid, waardoor een schoolse dreun vermeden wordt. […] Die wereldreis waarvan je droomde, om nieuwe horizonten te verkennen, jezelf en het leven te herontdekken? Maak ze deze zomer nog. Lees dit boek.’ (Nadia Sels in Staalkaart)

‘De Odyssee is al vele malen vertaald. Een halve eeuw geleden koos M.A. Schwartz voor ritmisch proza, mogelijk als reactie op de fascinerende, maar intussen onleesbaar geworden experimenten met dactylische hexameters van Carel Vosmaer, P.C. Boutens en Aegidius Timmerman. Ook H.J. de Roy van Zuydewijn publiceerde in de jaren negentig een complete Ilias en Odyssee in kundige maar houterige hexameters. Deze zesvoeter, in het Grieks een gedragen vierkwartsmaat waarin elke maat met een lange noot begint, is het Nederlands vreemd. Tenzij gehanteerd door een sensitief dichter, ontaardt hij bij ons algauw in een walsje. Een extra nadeel is dat het vers met een beklemtoonde lettergreep moet beginnen, zodat lidwoorden en voorzetsels daar taboe zijn, hetgeen verwrongen constructies oplevert. Imme Dros herzag haar vertaling in hexameters uit 1991 ingrijpend, maar dat heeft niet geholpen. Dros is een fenomenaal verteller, maar verzen schrijven kan ze niet. Vraag een willekeurige lezer haar tekst voor te lezen, en je zult proza horen. Patrick Lateur koos, evenals bij zijn veelgeprezen Ilias, voor een soepele jambe, de versmaat van Gorter en Nijhoff.’ (Piet Gerbrandy in de Volkskrant en De Morgen)

‘Sinds het verschijnen van het heldendicht over “de wrok in Troje” ging de dichter, vertaler en bloemlezer niet op zijn lauweren rusten, maar zette zijn monnikenwerk voort om met een bijna dagelijkse discipline Griekse verzen te vertalen. […] Het mag dan al de veertiende integrale Nederlandstalige editie van de Odyssee zijn die het licht ziet, Lateurs krachttoer oogst beslist opnieuw veel lof in Vlaanderen en Nederland.’ (Emmanuel van Lierde in Tertio)

‘Het resultaat is een vloeiende en leesbare tekst, mét behoud van respect voor het origineel. Meeslepend bij momenten: een vertaling voor mensen van deze tijd. Het boek wordt afgesloten met een verantwoording van de vertaler, annotaties, een register en een bijzonder lezenswaardig nawoord van Emilie van Opstall.’ (Geert Swaenepoel in Kunsttijdschrift Vlaanderen)

‘Het verhaal is al vele malen eerder uitgebracht in het Nederlands, maar nog nooit zo mooi vertaald als door de Vlaamse classicus Patrick Lateur. […] Bij Lateur spatten de woorden van Homerus van de pagina’s af. Eerdere Nederlandse vertalingen stonden vrijwel allemaal bol van archaïsche woorden. Het kwam vaak hoogdravend en deftig over, alsof je de tekst met een aardappel in de keel of net als op het polygoonjournaal moest voorlezen. De vertalers leken daarmee te willen benadrukken dat de Odyssee en Ilias zeer oude teksten zijn. Maar goede verhalen houd je levend, door ze steeds opnieuw te vertellen en niet door ze te vertalen in oubollige woorden. Je doet ze pas recht als de woorden net zo mooi zijn in het Nederlands als in het origineel. En dat is Lateur gelukt.’ (Robert Visscher op NEMO Kennislink)

‘De liefhebber van moderne Nederlandse poëzie zal zich misschien het beste thuis voelen in de strakke en zuivere Odyssee van Lateur.’ (Vincent Hunink in Streven)

‘De nieuwe vertaling van Patrick Lateur is pure literatuur.’ (Michael De Cock in Bruzz)

‘Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep in Amsterdam is een nieuwe vertaling van de Odyssee verschenen. De vertaler heet Patrick Lateur, wat betekent dat hier werk van zeer grote kwaliteit wordt geleverd. Lateur, een Vlaming trouwens, had het al eerder bewezen bij andere dichters uit de oudheid, overvloedig bewezen. De zaal raakte helemaal in de ban van de antieke verzen. Lateur heeft geen modieuze moderniseringen binnengesmokkeld, volstrekt niet. Zijn taal is tegelijk soepel en stevig, blijft trouw aan het oude en verspert toch de toegang tot de Homerische wonderwereld niet. Hij kan dat als weinig anderen. Zijn werkwijze is even eenvoudig als gesofisticeerd. Hij gebruikt niet de oorspronkelijke versvorm (voor wie het interesseert, de dactylische hexámeter, Wikipedia verschaft uitvoerig uitleg). Lateur gebruikt de jambische vijfvoeter, dat is vijf keer onbeklemtoond, afgewisseld met vijf keer beklemtoond en eventueel een onbeklemtoonde aan het eind. Klinkt dat veel te technisch? Maar nee, het is papgemakkelijk. Die versvorm zit als het ware in onze spreektaal verankerd.’ (Geert Van Istendael in MO*)

‘Samen met al die acteurs gaan wij in een wondermooie, tijdloze vertaling in blanke verzen van Patrick Lateur op zoek naar de ziel van Homeros. Want achter die ziel schuilt de universele mens. Ook die van vandaag. De vermogende en zo vaak onvermogende, de daadkrachtige en verslagene, de onbaatzuchtige en eergierige, de spelende, de listige en de driftige.’ (Michael De Cock in KVS-krant Odysseus)