Lied van de Moezel — Ausonius

Lied van de Moezel — Ausonius
Lied van de Moezel — Ausonius

Ausonius
Lied van de Moezel
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam, 2001 (78 pp.)
1e druk
ISBN 90 253 0180 0

uit de persgeselecteerd

‘Gelukkig hij die aan de groene zomen
van een rivier zijn jonge jaren slijt.’
Dit dichtte Jan van Nijlen en zo moet ook Ausonius (ca. 310-395) hebben gedacht. Ausonius, de eerste Franse dichter, groeide op langs de Garonne en doceerde dertig jaar lang te Bordeaux. Daarna verbleef hij als opvoeder en staatsman aan het keizerlijk hof in Trier en kwam er onder de bekoring van het Moezellandschap. Het zou hem inspireren tot een lofzang op de rivier, waarmee hij de grondlegger werd van een nieuw genre in de Europese literatuur: het stroomdicht.
Ausonius bezingt de charmes van het leven op en langs het water van de Moezel. In dit paradijs voor vissers, waar saters en najaden stoeien in de hitte van het middaguur, schuiven schepen langs dichtbegroeide oevers, terwijl op de hellingen heerlijke landhuizen liggen tussen bloeiende wijngaarden. De Latijnse dichter maakte de Moezel onsterfelijk en deze eerste Nederlandse vertaling is een uitnodiging om met dichtersogen door het Moezelland te reizen. Ausonius kreeg gelijk: ‘Op aller lippen zul je liggen en men zal je koesteren in vreugdezangen.’

Zie ook: Ausonius, Cupido cruciatus en Lied van de Moezel & Cupido aan het kruis.

uit de pers

‘De vertaling komt luchtiger over dan Ausonius’ Latijn, dat dikwijls nog wat gezocht aandoet en wat zwaar lijkt voor het onderwerp. De lectuur komt dit alleen maar ten goede, evenals het genot en de vreugde om de taal en de beelden. Wie dit Moezellied op zak heeft – en het formaat leent zich hiertoe – zal de rivieren die hij op reis tegenkomt met nieuwe ogen bekijken en er graag nog eens enkele passages in opslaan.’ (Wim Verbaal in Hermeneus. Tijdschrift voor antieke cultuur)

‘De lezer voelt onmiddellijk dat de auteur met groot metier en liefde de tekst van Ausonius heeft vertaald. De vertaling wordt gevolgd door een toelichting over Ausonius en zijn oeuvre, verhelderende aantekeningen en een register. Uitgegeven in een handig pocketformaat zal dit boekje mij zeker vergezellen bij een volgende citytrip naar Trier. Daar zal ik, gezeten in de zon op een bank aan de Moezel, met genoegen het lied nog eens opnieuw lezen.’ (Robert Nouwen in Kunsttijdschrift Vlaanderen)

‘Het is interessant dat het register ook naar de tekst verwijst, maar minder handig dat in de tekst niet aangeduid is welke elementen verder een toelichting krijgen. Dit is de eerste integrale Nederlandse vertaling van Ausonius’ Mosella. Voor wie door de Moezelstreek reist, is ze een ideale poëtische aanvulling bij de reisgids. Hetzelfde geldt voor bezoekers van de stad Trier, die in het gedicht en in de aantekeningen meermaals ter sprake komt.’ (Jef Ector in Leesidee)

‘Van een heel aparte aard is het fraai uitgegeven boekje Lied van de Moezel van Ausonius. Zijn lofzang op de Moezel werd heel voortreffelijk vertaald door Patrick Lateur. Deze lofzang op de Moezel is een sensueel feest waarbij alle zintuigen betrokken worden.’ (Erik Vermeulen in Kreatief)

‘Charmante, elegant uitgegeven vertaling, waarbij de oorspronkelijk dactylische hexameter zijn omgezet in flexibele vijfvoetige jamben […] De onderhavige vertaling is ritmisch, vloeiend met bij tijd en wijle welluidende alliteraties.’ (Bulletin Vereniging Classici Nederland)

‘Lateur voorzag het van een korte uitleiding en enkele nuttige aantekeningen, zonder de poëzie onder een lading wetenschap te bedelven. Het Lied van de Moezel is in deze vertaling nog steeds uiterst aangename lectuur.’ (Katholiek Nieuwsblad)

‘In vijfvoetige jamben is ook de fraaie vertaling van Ausonius’ Mosella door Patrick Lateur (2001), naar mijn smaak een van de beste vertalingen van antieke poëzie die de laatste decennia in het Nederlands is gemaakt.’ (Vincent Hunink, Vertalen van hexameters in Hermeneus 75 (2003) 3, p.223)

geselecteerd

Ik was de snelle Nahevliet vol nevels
voorbij, verbaasd over de nieuwe wallen
die men het oude Bingen had gegeven.
Ooit werden hier de Galliërs zo zwaar
verslagen als bij Cannae de Romeinen
en in de velden rust nog steeds een schare
van krijgers hulpeloos en onbeweend.
Vandaar nam ik de weg die eenzaam voert
door woud en wildernis en zag geen spoor
van werk van mensenhand. Ik kwam langs Kirchberg,
een dorre plek tussen verdroogde akkers,
en langs het vochtige Tabernae waar
het water eeuwig welt. Ik kwam voorbij
gebied dat kort voordien was toegewezen
aan boeren uit het land van de Sarmaten.
En eindelijk, in Belgisch grensgebied,
ontwaarde ik de wijdvermaarde vesting
van de vergoddelijkte Constantijn:
Neumagen. Klaarder is de lucht die hier
het landschap overspant en Phoebus, helder
nu, opent op een wolkeloze dag
een tintelende hemel. En naar blauw
hoeft men niet meer te zoeken, niet gehinderd
door zwartig groen en strengeling van takwerk.
De mateloze glans van een limpide
dag weigert voor wie kijkt het zuiver zonlicht
niet, evenmin een stralend firmament.
Ja, alles één lust om te zien. Dit bracht me
de luister en de levenssfeer voor ogen
die ik gekend had in mijn vaderstad,
het prachtige Bordeaux: hoog op de steile
oevers verheffen landhuizen hun daken
en wingerds vullen er de heuvels groen,
beneden glijdt in stille murmeling
de liefelijke stroming van de Moezel.