Leonardo literair — Leonardo da Vinci

Leonardo literair — Leonardo da Vinci
Leonardo literair — Leonardo da Vinci

Leonardo da Vinci
Leonardo literair
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam, 2019 (320 pp.)
1e druk
ISBN 978 90 253 0911 4 (e-book: 978 90 253 0912 1)

€ 20 (e-book: € 13,99) — bestel

uit de pers — geselecteerd

Wie Leonardo da Vinci zegt, denkt aan Het Laatste Avondmaal, de Mona Lisa en zijn vele uitvindingen. Maar Leonardo (1452-1519) was ook een productief prozaschrijver. De taal van de humanisten was hem onbekend en hij schreef in het Toscaans. ‘Omdat ik niet geletterd ben, zullen ze zeggen dat ik niet goed kan uitdrukken wat ik wil behandelen. Nu weten die mensen niet dat mijn onderwerpen meer teruggaan op de ervaring dan op andermans woorden.’
Bij leven publiceerde hij niets, maar zijn nalatenschap bevatte duizenden vellen met losse invallen, annotaties, aanzetten van traktaten. Er zijn allegorieën en filosofische overwegingen, fabels en een bestiarium, voorspellingen en raadsels, grappige verhalen en fantastische evocaties, gedachten over de waarde van kennis en de betekenis van kunst. Aantekeningen vol persoonlijke herinneringen, brieven en boekenlijsten geven een bijzondere inkijk in zijn persoonlijk leven.
Leonardo literair laat Leonardo vijfhonderd jaar na zijn dood zelf aan het woord in een gevarieerde selectie uit zijn aantekeningen.

uit de pers

‘Hulde aan Lateur voor deze mooie selectie waarin we da Vinci ook leren kennen als docent die zijn leerlingen leert hoe te schilderen in de natuur, hoe een figuur een mooi uiterlijk te geven, hoe een veldslag te verbeelden.’
(Margot Poll in NRC)

‘500 jaar na Leonardo’s dood brengt classicus Patrick Lateur een thematisch-chronologische bloemlezing in vertaling, die hij toelicht in de inleiding en verder in een vrij uitgebreid voetnotenapparaat. De lezer weze gewaarschuwd: in Leonardo literair detecteer je geen rode draad, je moet de fragmenten gewoon traag savoureren. […] Literair in de traditionele zin is hij niet, maar de fragmenten getuigen van Da Vinci’s genialiteit en zijn universele karakter.’ (Inge Lanslots in Mappalibri.be)

Pompidou (Klara) op 30 januari 2019 over Leonardo literair.

‘De Vlaamse meestervertaler Patrick Lateur […] maakte onder de titel Leonardo literair een Nederlandse vertaling uit het Italiaans van een selectie uit deze omvangrijke aantekeningenbladen. […] Het is fascinerend om al in de vroege zestiende eeuw het verschil tussen een alfageest en een bètageest zo treffend geïllustreerd te zien door Leonardo’s instructies voor het schilderen van een storm, de zondvloed of een veldslag. Vanaf de eerste tot de laatste zin lijkt het alsof je een technische gebruiksaanwijzing leest, in plaats van esthetisch-kunstzinnige adviezen. En dat was ook precies de bedoeling van deze tijdloze zestiende-eeuwse wetenschapskunstenaar, voor wie de schilderkunst duidelijk boven de letteren ging, en de wetenschap boven alles.’
(Maarten Asscher voor Athenaeum Boekhandel)

‘De woordkunstenaar Leonardo, die in deze boeiende en gevarieerde bloemlezing tot leven komt, is wellicht de minst bekende gedaante van deze universele mens, maar hij staat niet los van al zijn andere talenten.’ (Johan De Haes in Kunsttijdschrift Vlaanderen)

geselecteerd

Begonnen in Florence in het huis van Piero di Baccio Martelli op 22 maart 1508. Dit wordt een ongeordende verzameling, samengesteld uit vele bladen die ik hier heb overgeschreven in de hoop ze later te rangschikken en hun plaats te geven aan de hand van de onderwerpen die erin behandeld worden. En voor ik daarmee klaar ben, zal ik eenzelfde thema meerdere keren moeten hernemen, denk ik. Lezer, keur me dus niet af omdat er veel onderwerpen zijn en het geheugen ze niet op kan nemen en omdat ik ook niet kan zeggen: ‘Ik wil dit niet schrijven, omdat ik het al heb geschreven.’ En wilde ik niet zo’n soort vergissing begaan, dan moest ik om herhalingen te vermijden al het vorige herlezen telkens als ik een passage wilde overschrijven, vooral omdat er veel tijd lag tussen de momenten waarop ik schreef. (Ar 1)

Dit besef ik goed: het feit dat ik geen Latijn ken brengt sommige verwaande lieden ertoe te denken dat ze mij met recht en reden kunnen hekelen onder het voorwendsel dat ik een ongeletterd man ben. Dwazen! Die kerels weten niet dat ik hen van antwoord kan dienen met de woorden waarmee Marius de Romeinse patriciërs antwoordde: ‘Zij die zelf met andermans werk pronken, willen mijn werk niet toekennen aan mij.’ Omdat ik niet geletterd ben, zullen ze zeggen dat ik niet goed kan verwoorden wat ik wil behandelen. Nu weten die mensen niet dat mijn onderwerpen moeten worden behandeld vanuit de ervaring, méér dan op basis van andermans woorden. Die ervaring was de meesteres van wie goed schreef, dus neem ik haar tot meesteres en zal ik me in alle gevallen op haar beroepen. (Atl 327v)

De grot — Gedreven door een vurig verlangen was ik eropuit de rijke overvloed te zien van de verschillende en vreemde vormen die de vindingrijke natuur heeft gemaakt. Ik liep wat rond tussen de lommerrijke rotsen en kwam bij de ingang van een grote grot. Stomverbaasd bleef ik er even staan, ik wist niet dat zoiets bestond. De rug gekromd, de linkerhand op mijn knie, de rechterhand als een scherm boven mijn gefronste wenkbrauwen, boog ik me aanhoudend voorover in alle richtingen om te zien of ik binnen iets kon onderscheiden. Dat werd me verhinderd door het diepe duister dat er heerste. Toen ik daar een tijdje stond, overvielen me plots twee gevoelens: angst en verlangen. Angst voor de dreigende, donkere spelonk, verlangen om te zien of er daarbinnen een of ander wonder schuilde. (Ar 155)