Lente in Galilea

Lente in Galilea
Lente in Galilea

Lente in Galilea. Een passiespel
Halewijn
Antwerpen, 2014 (80 pp.)
1e druk
ISBN 978 90 8528 285 3

uit de persgeselecteerd

Voor de editie 2015 van Passiespelen Tegelen, het vijfjaarlijks gebeuren in Nederlands-Limburg dat recent werd opgenomen op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed, schreef dichter en vertaler Patrick Lateur Lente in Galilea. Een passiespel.
Geen Golgota zonder Pasen, en daarom legt Lateur structureel de nadruk op de verrijzenis door het passiespel te omkaderen met het verhaal van de Emmaüsgangers in proloog en epiloog. Inhoudelijk benadrukt de auteur de Joodse achtergrond van Jezus door in gebeden en koorliederen uitdrukkelijk terug te grijpen naar de Bijbel. Verder geeft hij een opmerkelijke plaats aan vrouwen in het algemeen en aan Maria van Magdala in het bijzonder.
Jezus’ optreden bracht in Galilea en daaruiten een nieuwe beweging op gang. Die gedachte aan de lente van Galilea is de dragende gedachte van dit passiespel.

uit de pers

‘Het passiespel geeft stem aan vele vrouwen en aan Maria van Magdala in het bijzonder. De opbouw is die van de Griekse tragedie, compleet met proloog en epiloog (die het eigenlijke toneelstuk in zes bedrijven tot één grote flashback maken), en met koorliederen (commentaren op de akten). Een boekje om in zijn geheel te lezen, en te bekijken – want er zijn ook vijf expressieve acrylschilderijen van Luc Hoenraet afgedrukt.’ (Dirk Hanssens in De Kovel)

geselecteerd

Lied van de Galilese lente — 2

De lichtheid van een duif bij de Jordaan,
de harten hoopvol afgestemd, verheugd.
Een groot profeet komt tussen ons te staan:
‘Geliefde Zoon, in jou vind ik mijn vreugd.’

Het meer, het land ontwaakte in een droom.
Niet langs de weg van macht en heerschappij
gebeurt de liefde, maar in tegenstroom.
‘De tijd is nu vervuld, Gods Rijk nabij.’

En op de berg spreekt hij van zaligheid,
geeft aan de Wet weer ziel, vergeeft, geneest.
Een mateloze mens, barmhartigheid.
God ziet genadig neer, is bloed én geest.

Langzaam omwolkt hem dichte duisternis
van onbegrip en haat. Het kruis weegt zwaar.
Gerechtigheid verwekt slechts ergernis.
De laatste heuvel, zijn ultiem gebaar.

Maar hoor de engel bij het lege graf:
‘Wie zoekt, moet nu naar Galilea gaan,
het ergensland van vrede dat hij gaf.
Want Jesjoea is waarlijk opgestaan.’