In tegenstroom

In tegenstroom
In tegenstroom

In tegenstroom
samengesteld en ingeleid door Jooris van Hulle
Uitgeverij P (Parnassusreeks)
Leuven, 2015 (185 pp.)
1e druk
ISBN 9789491455629
€ 20,00 — bestel

uit de persgeselecteerd

Drieëntwintig jaar na het verschijnen van Patrick Lateurs debuutbundel Catacomben, waaruit gedichten waren bekroond met o.m. de debuutprijs Basiel de Craene op de Vlaamse Poëziedagen 1988, stelt Jooris van Hulle een Parnassusbundel samen, een vogelvlucht over evenzoveel jaren uitmuntend dichterschap.
De poëzie van Patrick Lateur blijft, vanuit het doorwrochte, maar nergens als gekunsteld overkomend spel met de diverse tijdslagen die erin aan bod komen, intrigeren en inspireren. Intrigeren, omdat Lateur als mens en als dichter getuigt van zijn kritische zoektocht naar zingeving. ‘Voor mij gaat het erom,’ zegt hij, ‘schoonheid door te geven. En met die schoonheid gaan ook goedheid en waarheid gepaard.’ Dat het geloof hem daarbij de weg wijst, kan in het huidige tijdsklimaat van ontkerstening verwonderlijk overkomen. Maar die keuze blijft inspirerend, zeker voor hen die mee de weg willen gaan naar ‘de wereld die ons wacht’.

uit de pers

In tegenstroom sluit met tien ‘Trojaanse kwatrijnen’ waarin personages uit de Ilias in vier regeltjes raak hun tragiek beschrijven. De eerste die aan het woord komt, is evenwel de blinde zanger van epos zelf. In Homeros zegt die dat hij ‘keek met volle ogen, lege geest / naar wat er tussen mens en god gebeurt’. Dat lijkt mij ook een mooie omschrijving van de poëtica van de dichter Patrick Lateur. Ook hij onderzoekt in zijn verzen voortdurend de relatie tussen mens en God. Daarbij noteert hij wat hij ziet en interpreteert dat ‘in het teken van de Vis’, zoals de slotregel luidt van het voor zijn dichterlijke oeuvre cruciale gedicht Agapè. Het uitgangspunt is dat wat gebeurt een betekenis heeft die het loutere gebeuren overstijgt. Net zoals je het Grieks goed moet leren lezen om de boodschap van de teksten te kunnen vatten, zo moet je goed kijken om te begrijpen wat er achter de dagelijkse werkelijkheid ligt. De poëzie van Lateur helpt daarbij.’ (Carl De Strycker in ‘In het teken van de Vis’. De poëzie van Patrick Lateur in Jaarwerk MMXV, Brugge: Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers, 2015, pp. 80-81)

‘Telkens weer slagen die gedichten erin de kloof van eeuwen te overbruggen en wekken ze de schoonheid, waarheid en goedheid van het geloof tot leven.’ (Emmanuel van Lierde in Tertio)

‘… de schoonheid, ook die van oogverblindende mozaïeken uit de antieke tijd, te ontmaskeren als dekmantels voor politieke en kerkelijke machtsspelletjes. Wie gehoor geeft aan die oproep, kan echter niet anders dan stroomopwaarts te vorderen en zich af te zetten tegen de traditie in de slechte zin van het woord, op zoek naar de bron waaruit het heldere water opwelt.’ (Dirk Hanssens in De Kovel)

‘… waaruit andermaal blijkt dat Lateur een cultuurdichter pur sang is, maar dan een die zijn kritische betrokkenheid van wezenlijk belang acht in de verwoording van de esthetische ervaring. Spontane reflexen die door hun serene toon wonderwel in een klassiek stramien passen – dat is vakmanschap dat je voor momenten van bezinning en herbronning voorbehoudt.’ (Dirk Hanssens in Poëziekrant)

geselecteerd

Helena

Op vleugels van verlangen voer ik mee,
de schoonheid joeg me voort, de zachte dwang
van onbestemde stemmen overzee.
Ik ben niet schuldig aan hun ondergang.

Hektor

Ik voelde me verscheurd: mijn stam of stad?
De muur, de grens van leven en van dood,
gaf schaduw aan ons samenzijn. Ik bad.
En gaf het kind voorgoed weer aan jouw schoot.