Hoeders van de wijsheid

Hoeders van de wijsheid
Hoeders van de wijsheid

Hoeders van de wijsheid
Griekse filosofen in hondervijftig epigrammen
Uitgeverij Damon
Budel, 2009 (220 pp.)
1e druk
ISBN 978 90 5573 934 9

uit de persgeselecteerd

De meer dan vierduizend bewaarde Griekse epigrammen handelen over goden en helden, dichters en denkers, over leven en liefde, zorgen en dood. Kleine gedichtjes zijn het, die in een flits iets wezenlijks belichten van mensen en dingen.
Zo zijn er ook tientallen epigrammen gewijd aan filosofen, groot en klein. Zij liggen verspreid over de zestien boeken van de Anthologia Graeca, maar hier bijeengelezen en aangevuld met twintig epigrammen van Diogenes Laërtios vormen zij in hun chronologische ordening een verborgen geschiedenis van de Griekse filosofie.
In deze verzameling is het oudste epigram van de hand van Simonides van Keos (6e eeuw v.C.) en het bezingt Kleoboulos, een van de Zeven Wijzen. Tot de jongste gedichten behoort een epigram van Palladas over de filosofe Hypatia van Alexandrië (5de eeuw n.C.). Naast anonieme en minder productieve dichters, zijn er ook grote namen uit de epigrammenliteratuur, zoals Antipatros van Sidon, Leonidas van Tarente en Lucillius. Ook van elders bekende auteurs als Kallimachos, Loukianos en Menandros vullen de selectie aan.
Wie kennis wil maken met de Griekse wijsbegeerte, hoeft niet alleen fragmenten van Parmenides, dialogen van Plato, traktaten van Aristoteles en brieven van Epikouros te lezen. In de marge van die werken zeggen de epigrammen uit de Anthologia Graeca veel over de receptie van Griekse wijsgeren in de oudheid zelf: ze loven Plato, drijven de spot met cynici en epicuristen of doen vergeten filosofen even herleven. Deze poëtische flitsen zijn nu eens anekdotisch en leuk, dan weer ernstig en diep, maar altijd puntig en treffend. Samen vormen zij een alternatieve geschiedenis van de Griekse filosofie.

uit de pers

‘Een mooi uitgegeven, tweetalige, in prettig leesbaar Nederlands vertaalde bloemlezing van Griekse epigrammen […] De Nederlandse vertaling — van Patrick Lateur — is wederom heerlijk om te lezen en zal ongetwijfeld velen aanspreken. Goed bruikbaar, ook voor jonge gymnasiasten. De aantekeningen zijn kort maar informatief; de naamregisters heel nuttig.’ (G. Berveling in NBD/Biblion)

‘Onder die titel heeft Patrick Lateur de ontwikkeling van de Griekse filosofie gevolgd, dat wil zeggen, hij laat de lezer een filosofische wandeling langs een epigrammenroute maken en dat blijkt een boeiende tijdsbesteding te zijn. Het is bovendien een mooi voorbeeld van wat het rijke landschap van de Anthologia Graeca te bieden heeft. […] De vertaling heeft voor een vrije versvorm gekozen, is helder en aangenaam leesbaar en is — heel prettig — direct afgedrukt onder het Grieks zelf, in een mooie lettersoort en opmaak. […] Voor wie de grote filosofen leest of behandelt, is dit een aardig commentaar erbij, en ten slotte: voor wie graag over de oudheid leest en bovendien het Grieks nog eens wil zien, is dit boek een wijze keus.’ (Marietje d’Hane-Scheltema in Amphora)

‘Begonnen als serieus grafschrift, groeide het epigram in de klassieke oudheid uit tot een graag door vele en soms grote dichters beoefend genre. In een prachtige, tweetalige (klassiek Grieks en een Nederlandse vertaling) uitgave zijn 150 epigrammen uit de oudheid over Griekse filosofen bijeengebracht.’ (Nelleke Vermeer in Nederlands Dagblad)

‘Na de lectuur van deze lichte en levendige verzen geschreven over een periode van meer dan twaalf eeuwen, blijkt overduidelijk dat deze filosofen, bewonderd of bespot, zeer zichtbaar waren in deze samenlevingen. Toegegeven, fanatieke eters van bonen, veganisten en drop-outs worden vandaag nog zelden als filosofen beschouwd. En moderne cynici zijn, wijsgerig of niet, altijd verdacht. In de volksmond kan een filosoof zowel een wijs persoon zijn als een tooghanger met een slechte dronk die dringend naar zijn bed moet. Dionysios van Herakleia zou eeuwen later nog altijd, na de consumptie van zes Duvels, kunnen zeggen:
“Vrijen, trouwen, zich onthouden:
Alles heeft zijn tijd.”
Echte filosofen zijn denkers en schrijvers. (En nog altijd wandelaars?) En ze staan meestal op de pay-roll van een Alma Mater, leven niet meer in een ton (nu een kartonnen doos in een metrostation). Maar pas als hun woorden en daden werden vergeleken, als ze gehoord werden, als ze er met andere woorden bij hoorden, waren ze zichtbaar. Daar bestond in de tijd van Diogenes Laërtios geen twijfel over. Ze riepen bewondering op, ontroerden, ergerden, en werden met belangstelling waargenomen, deze hoeders van de wijsheid.’ (Johan de Haes in zijn Porlock)

‘De vertalingen zijn goed en lezig prettig, hoewel ik een zin in nummer 112 zonder het Grieks niet begrijp, wellicht omdat hier een Vlaamse uitdrukking wordt gebruikt. “Maar hem wist hij de kap te vullen door sap te drinken van de monnikskap”. In het Grieks wordt een grapje gemaakt met het drinken van akoniton (een vergif) en akonti (zonder strijd/moeite).’ (Elly Jans in Hermeneus)

‘De bedoeling en verdienste van deze verzameling is minstens drievoudig. Vooreerst zijn de 150 vertaalde epigrammen even zovele specimina van dit genre. Ze laten toe zijn kenmerken, de grote variatie in presentatie en taalsituatie en de literaire finesse te ontdekken. […] Vervolgens zou je met deze epigrammen een geschiedenis van de Griekse filosofie kunnen schetsen. […] Ten slotte is iedere vertaling, zeker van poëzie, een nieuwe literaire creatie, en ook dit heeft P. Lateur zich tot doel gesteld. We kennen P. Lateur, die ook dichter is, als een vertaler die nadenkt over zijn werk, bewuste keuzes maakt en die ook kan verantwoorden. […] Onze conclusie is duidelijk: Hoeders van de wijsheid is een in alle opzichten verzorgd en aantrekkelijk boek, een waar geschenk van een “hoeder van de poëzie”.’ (Marc Vercruysse in Kleio)

‘De titel van Lateurs leerrijke bundel Hoeders van de wijsheid verwijst naar de slotwoorden van het epigram van Antipatros van Sidon over de Zeven Wijzen, waarmee de bundel opent. Met deze verzameling doet Lateur alle klassieke filologen en filosofen een groot plezier. Hij toont hen een onbekende kant van hun geliefde denkers. Met die alternatieve geschiedenis van de Griekse filosofie geeft hij veel wijsheid door en wordt zo zelf één van de “hoeders van de wijsheid”.’ (Emmanuel van Lierde in Kunsttijdschrift Vlaanderen)

‘In het werkelijk perfect uitgegeven Hoeders van de wijsheid laat classicus en vertaler Patrick Lateur ons kennismaken met epigrammen over Griekse filosofen, afkomstig uit de beroemde bloemlezing Anthologia Graeca. […] Deze editie is tweetalig, met ëën gedicht per pagina, wat wel zo prettig is bij het lezen en bestuderen van dit mooie materiaal uit de klassieke oudheid. Er kan trouwens ook om filosofen gelachen worden: spot is een terugkerend element in deze korte gedichten.’ (Bert van Weenen op chroom.hyves.nl)

‘Lateur benadrukt die bevreemding door afstand van de oorspronkelijke vorm te nemen. Hij vertaalt met een wisselend aantal regels en in vrije verzen, die een maximale vrijheid toelaten. Of dit geleerde antieke genre nog een poëtische snaar bij de hedendaagse lezer kan raken, moet die zelf uitmaken.
Kan een filosoof hieruit iets meedragen? Het boek biedt alleszins geen alternatieve geschiedenis van de antieke filosofie. Daarvoor is de selectie te beperkt en het genre te idiosyncratisch. De verzameling geeft eerder een historische kijk op denkbeelden over filosofieën en wijsgeren. Daarmee toont ze aan dat sommige bekende opvattingen in de oudheid al tot clichés waren geworden.
Het verdient zeker ook een vermelding dat dit boek, net als de andere delen in de reeks, bijzonder fraai en nagenoeg foutloos is uitgegeven (een andere recensent betrapte de editoren zowaar op een dubieus accent in de Griekse tekst).’ (Pieter Beullens in Tijdschrift voor Filosofie)

geselecteerd

Van de Zeven Wijzen noem ik stad, naam en spreuk.

“Maat is het beste”
zei Kleoboulos van Lindos
en Chilon uit het dal van Sparta:
“Ken jezelf.”

Periandros, woonachtig te Korinthe, zei:
“Beheers je toorn”
en Pittakos, afkomstig uit Mytilene:
“Niets teveel.”

“Hou je levenseinde voor ogen”
zei Solon in het heilige Athene.
“De massa deugt niet”
verklaarde Bias van Priëne.
“Vermijd borgtocht”
gebood Thales van Milete.

(anonymus)

Zwijgen
is voor mensen
de belangrijkste leerschool.

Mijn getuige: de wijze Pythagoras zelf.
Hij wist wat spreken was,
maar leerde anderen zwijgen.

Zijn bevinding: stilte is
een machtig middel
voor innerlijke rust.

(Palladas)

Ween, Herakleitos, om het leven
veel meer dan toen je nog leefde.
Want nu is je leven meelijwekkender.

Lach nu, Demokritos, om het leven
nog meer dan vroeger.
Want nu is ieders leven lachwekkender.

En ik, ik sta tussen beiden en kijk jullie aan
en vraag me af of ik nu tegelijk
zou wenen met de een
en lachen met de ander.

(anonymus)

Jij die zo groot was,
ben jij dan verdwenen
onder een dun laagje stof?

Sokrates, wie naar je kijkt,
zal het onrechtvaardig oordeel
van de Hellenen laken.
Zij zijn meedogenloos,
zij doodden hun beste mens
en zonder enige schaamte.
Zo ging het vaak
met Kekrops’ nageslacht.

(Antipatros van Thessalonike)

Veerman van de Hades,
voerman van de dood,
in ieders tranen vind jij vreugde.
Jij vaart over dit diepe water van de Acheron,
al is je vrachtschip zwaar beladen met
de schimmen van de doden.

Laat mij, Diogenes de Hond, niet achter.
Ik draag een olieflesje bij me en een stok,
een dubbelgevouwen mantel en een ransel
en voor jou ook een obool, mijn vaargeld.
Wat ik hier meebreng nu ik dood ben,
is alles wat ik had toen ik nog leefde.
Ik liet niets achter in het zonlicht.

(Archias)

Gezegend
vooreerst wie schulden heeft bij niemand,
ten tweede wie geen vrouw heeft,
ten derde wie geen kinderen heeft.

Maar trouwt er iemand in een vlaag van waanzin,
dan is het hem een zegen
als hij de grote bruidschat pakt
en dan terstond zijn vrouw begraaft.

Als je dat weet, wees wijs.
Laat Epikouros dan maar zoeken
waar zich de lege ruimte kan bevinden
en wat atomen zijn.
Hij zoekt vergeefs.

(Automedon)