Het is vandaag de datum

Het is vandaag de datum
Het is vandaag de datum

Het is vandaag de datum
Dag-, maand- en seizoengedichten
Poëziecentrum
Gent, 2002 (448 pp.)
1e druk
ISBN 90 5655 044 6

uit de persgeselecteerd

De tijd is een veelvraat, schreef Ovidius. Maar hoe gaan druk bezette mensen daar mee om? En hoe hebben dichters hun gevecht met de tijd verwoord? Poëzie kan momenten vastleggen. En door de magie van dat woord blijft ook de lezer even stilstaan. De wisseling van de seizoenen, de opeenvolging van maanden, terugkerende feesten en herinneringen aan welbepaalde dagen: dichters met uiteenlopende poëticale opvattingen blijven die momenten evoceren in een poging de tijd te beheersen.
Deze bloemlezing verzamelt 365 seizoen-, maand- en daggedichten uit de poëtische productie van de laatste twintig jaar: een dichterlijk calendarium, maar tegelijk een staalkaart van de hedendaagse Nederlandstalige poëzie vanaf 1980. Als een zelfstandig beeldverhaal fungeert een fotoreeks van de hand van Kristof Ghyselinck. De Dooreman-kaft is geïllustreerd met werk van Berlinde De Bruyckere.
Op het ritme van dagen, maanden en seizoenen laat Het is vandaag de datum de lezer elke dag een beetje vat krijgen op de tijd, een jaar lang.

uit de pers

‘Maar daar een dichter geen weerglas is, is er niet alleen uiterlijkheid maar zijn er ook veel emoties en gelaagdheden. Waar geen grote voorraad dichtbundels aanwezig is, kan dit boek als snuffelstaalkaart dienen voor recente poëzie.’ (Inge Lievaart, Nederlandse Bibliohteek Dienst)

‘Een goede keus met veel verrassingen en een beeld van de Nederlandse poëzie uit de laatste decennia van vorige eeuw.’ (Het Nederlandse Boek)

‘Met tweehonderd vijftig hedendaagse Nederlandstalige dichters aan het woord schetst dit boek ook een tijdgeest. Bovendien volgen de gedichten het ritme van de dagen, maanden en seizoenen, en dat is prettig voor wie zich voorgenomen heeft dagelijks toch minstens één gedicht te lezen.’ (Weekend Knack – Geschenkboeken Special)

‘Deze mooie bloemlezing heeft een gedicht voor elke dag verzameld, steeds aangepast aan de maand en het seizoen. Het is een bijzonder rijke en gevarieerde collectie geworden, mooi uitgegeven met foto’s. Om af en toe vast te nemen.’ (Stichting Lezen)

geselecteerd

Inleiding

I
De datum
Gerrit Kouwenaar

Het is vandaag de datum, een heel jaar
daarop gewacht, al in het najaar
tijd gekort om vlees te sparen

in de winter op wit gewed, gestaard
in een gat, daarin een lijf gepast
zwart gekeken, ingeslapen

laat op in het voorjaar, vleugels
nog lam, terwijl men in licht stapt betrapt
men de eeuwige slang op de drempel

zomer sindsdien, bestendige verte, zon
en maan aan eenzelfde hemel, opgespaard
etmaal uit de voorraadkast, langzame wijn
des vaders, tragere echo’s, kindersterfte –

II.
De maanden
Luuk Gruwez
voor Willem Barnard

Ik wil september tegenhouden
en oktober en november,
maar mei en juni wil ik houden.
En laat ook juli eindeloos.

Ga zitten en wees welkom in mijn brein.
Het is hier meestal druk want hier geschiedt,
in de fabriek van de gebeurtenissen,
de ongelijke strijd met het verslijten.

April is als een prettige maîtresse,
maart de maand van de longen
en februari de jongste bediende
die zich al volop in de lente bekwaamt;

Ik ben zo vreselijk tegen het heden
dat ik wou dat het al morgen was
of dat het altijd gisteren bleef.
Het is altijd de hoogste tijd:

september moet ik tegenhouden,
oktober en vooral november,
mijn dierbaarste maanden bewaren
en al mijn jaren laten gaan.

1.
‘Het huidige ogenblik is uiterst kort, in die mate zelfs dat het voor sommigen helemaal niets lijkt. Want altijd is het in beweging, het vervloeit en verdwijnt. Vóór het er is, houdt het al op er te zijn. Alleen het huidige ogenblik hoort dus toe aan druk bezette mensen en dat is zo kort dat men het niet kan vatten en uitgerekend dat moment ontsnapt hun nog, omdat zij met veel dingen tegelijk bezig zijn.’ (Seneca, De brevitate vitae, 10, 6)

2.
Is er dan niets wat Seneca’s ‘druk bezette mensen’ de mogelijkheid geeft het moment even vast te houden? De tijd blijft de mens maar overkomen in de natuurlijke afwisseling van seizoenen, van dag en nacht. Om vat te krijgen op die eindeloze beweging, bedacht de mens een indeling in maanden en gaf hij betekenis aan bepaalde dagen door er feesten, herdenkingen of persoonlijke herinneringen mee te verbinden. Toch blijft de tijd een en al beweging. Zelfs moment (van movere) betekent eigenlijk niets anders dan beweging.

3.
Misschien is poëzie in staat het vluchtige moment even vast te houden. Met de kracht van de taal bezweert de dichter de vlucht van de tijd. De magie van het woord roept zelfs de vluchtige lezer tot de orde en dwingt hem stil te staan. Poëzie houdt de dingen én de lezer even vast. Deze bloemlezing doet dat op een heel expliciete manier. Op het ritme van dagen, maanden en seizoenen laat dit dichterlijk getijdenboek de ‘druk bezette’ lezer toe het moment heel bewust te beleven, een jaar lang.

4.
Naast criteria van kwaliteit en eigen voorkeur, speelde bij de keuze van de gedichten het thema tijd op verschillende manieren een rol. Uiteraard de seizoenen, en niet altijd omdat het bloesem sneeuwt in de lente of omdat het regent in de herfst. Jaargetijden zijn ook vaak impliciet in een gedicht aanwezig. De maandgedichten zijn vaak verbonden met seizoenen, maar ook de expliciete vermelding van een bepaalde maand was aanleiding tot selectie van gedichten die thematisch dan weer een andere weg opgaan. Ten slotte zijn er de dag- of datumgedichten die verbonden zijn aan feesten of herdenkingen of door de dichter aan een welbepaalde dag werden gerelateerd. Een verband leggen tussen daggedichten en de gelegenheid zelf laten we aan de lezer over. De herkenning kan een heel eigen vorm van leesplezier zijn.

5.
Dit poëtisch calendarium kent voorgangers. Anton van Wilderode publiceerde Het groot jaargetijdenboek (Beveren, Orbis en Orion, 1971, 1982³) en Het tweede jaargetijdenboek (Wommelgem, Den Gulden Engel, 1987). Bij Uitgeverij 521 in Amsterdam verschenen in 2000 en 2001 vier deeltjes ingeleid door telkens een andere auteur: De geur van ieder najaar (Hafid Bouazza, 2000), De aanblik van de winter (Dirk Kroon, 2000), Het geluid van de lente (Ingmar Heytze, 2001), en Het broeien van de zomer (Menno Wigman, 2001).

6.
Het onderscheid met voorgaande bloemlezingen ligt vooral in de geselecteerde periode. Onze keuze beperkt zich tot de poëtische productie van de laatste twee decennia, met uitzondering van een paar nagelaten of verspreide gedichten die in een verzameld dichtwerk werden opgenomen. Ook door het bredere spectrum bij maand- en daggedichten verschilt deze bloemlezing van haar voorgangers. Gemeenschappelijke keuzes hebben dan weer alles te maken met eenzelfde voorkeur en pleiten alleen maar voor de gedichten zelf.

7.
‘Ach Tijd, die alles verslindt. Ach, jaloerse ouderdom, je vernietigt alles. En met de harde tanden van de ouderdom vreet je alles aan, beetje bij beetje, in een langzaam sterven. Toen Helena zich in de spiegel bekeek en de groeven en rimpels zag die de oude dag in haar gelaat naliet, weende zij en vroeg zij zich af waarom zij tweemaal werd geschaakt.’ (Leonardo da Vinci, Codex Atlanticus 71 r.a, naar Ovidius, Metamorphosen 15, 232-236) — ‘Het ogenblik kent geen tijd. Tijd bestaat uit de beweging van het ogenblik en de ogenblikken zijn de limieten van de tijd.’ (Leonardo da Vinci, Codex Arundel, 176 r.)

8.
Door alleen gedichten van na 1980 op te nemen biedt deze bloemlezing niet alleen een overzicht vanuit thematisch standpunt, maar geeft zij tegelijk een beeld van de Nederlandstalige poëzie in Noord en Zuid uit de laatste twee decennia. In het huis van de poëzie zijn er vele kamers en daarom hebben wij uitdrukkelijk gekozen voor een brede selectie. In deze poëtische polyfonie met 370 gedichten van 250 dichters klinken alle poëticale opvattingen mee.

9.
De titel van de bloemlezing is ontleend aan een halfvers van Gerrit Kouwenaar waarmee hij het gedicht De datum opent. Dat gedicht fungeert in de inleiding als programmagedicht van dit getijdenboek samen met verzen van Luuk Gruwez, Leo Vroman en Jean Pierre Rawie. Tussen de datum van Kouwenaar en de eonen van Rawie trekken kalender en seizoenen, maanden en jaren aan de lezer voorbij en evoceren deze vier programmatische gedichten de tijd in zijn verschillende verschijningsvormen.

10.
Als motto plaatsten wij bij elke maand een strofe uit The Ode to the Months van de Keltische dichter Aneurin, die wellicht uit Schotland kwam, maar in de eerste helft van de zesde eeuw in Wales een gevierde bard was. Gabriël Smit vertaalde zijn verzen onder de titel De twaalf maanden, opgenomen in de bundel Evenbeeld uit 1981. Als een zelfstandig beeldverhaal fungeert een fotoreeks van de hand van Kristof Ghyselinck. Het derde oog van de kunstfotograaf registreerde landschappen, mensen en dingen in het kader van de maanden en geeft samen met de verzen van Aneurin een eigenzinnige kijk op elke maand.

11.
De bloemlezing werd samengesteld in opdracht van het Poëziecentrum. Wij danken Willy Tibergien en zijn medewerkers voor de gastvrijheid en dienstbaarheid waar we voorjaar 2002 vier maanden lang mochten van genieten.

12.
‘… het feit dat ik me niet buiten de Tijd bevond, maar onderworpen was aan zijn wetten, juist zoals die romanpersonages die me om die reden zo verdrietig maakten, toen ik hun leven las in mijn schuilhut van twijgen te Combray. In theorie weet men dat de aarde draait, maar in feite wordt men dat niet gewaar, de grond waar men op stapt lijkt niet te bewegen en men leeft rustig verder. Zo is het ook met de Tijd in het leven.’ (Marcel Proust, A la recherche du temps perdu — A l’ombre des jeunes filles en fleurs.)

III
Een psalm voor het jaar
Leo Vroman

Systeem, zal het Uw laatste Donder
wolk van zware aarde zijn
of net op tijd een openbare trein
waaronder, niet waarin
ik word verplaatst en dan verspreid?

Vlak na elke haast verrukkelijke zomer
keert een herfst van tak op tak
nadrukkelijker ter plaatse weer
vet- en bloed-kleurig

en hoe vaak ik mij vergis
heb ik nog vaker het gevoel
dat ik meer verlies dan ik bedoel
te worden uitgewist

Hoe zal ik mettertijd
nauwkeurig weten
wat Uw Sneeuw dan is,
wat mijn vergetelheid?

IV
Kalender
Jean Pierre Rawie

Allengs gelatener naarmate
je door de tijd wordt ingehaald,
hecht je steeds minder aan de data
waardoor je leven is bepaald.

Het ene jaar is als het ander,
en in een tijdloos ritueel
plaats je de kaarsen in de stander
en hebt aan elk verleden deel.

Je blik is van de grote dingen
en van de wereld afgewend,
omdat je in het meest geringe
het alomvattende herkent.

De jaren volgen op elkander,
je voelt hoe zonder onderscheid
een eeuwigdurende kalender
aeonen aan aeonen rijt.