Herderszangen — Dante Alighieri

Herderszangen — Dante Alighieri

Dante Alighieri
Herderszangen

Uitgeverij P
Leuven, 2021 (72 pp.)
1e druk
ISBN 978 94 93138 38 4

€ 17,50 — bestel

Terwijl de verbannen Dante in Ravenna de laatste zangen van het Paradiso schrijft, krijgt hij een Latijns briefgedicht van een geleerde uit Bologna die het Inferno al had gelezen. Giovanni del Virgilio vraagt Dante waarom hij de Divina Commedia in het Toscaans schreef. Zo’n werk moet toch in het Latijn!
De Bolognees wordt zelfs grof: ‘Wees niet zo kwistig, werp geen parels voor de zwijnen.’ Dat de professor ongelijk kreeg, bewijst de hoge vlucht die Dante’s magnum opus heeft genomen. Alighieri, die als dichter uitsluitend in de volkstaal schreef, antwoordde hem in het Latijn met een volmaakt vergiliaanse ecloge. Hun correspondentie kende nog een klein vervolg, tot de vrij plotse dood van de 56-jarige Florentijn op 14 september 1321. Zevenhonderd jaar geleden dus. Reden om een Latijns kleinood te redden van de vergetelheid. Herderszangen, een literair dispuut over volkstaal versus Latijn, reveleert de Latijnse dichter in Dante, een Vergilius redivivus.

Herbekijk de boekpresentatie van 20 mei 2021 met Luc Devoldere op het YouTube-kanaal van de KANTL.

uit de pers — geselecteerd

uit de pers

geselecteerd

Circuit hec humilis et tectus fronde saligna
perpetuis undis a summo margine ripas
rorans alveolus, qui quas mons desuper edit
sponte viam, qua mitis erat, se fecit aquarum.
Mopsus in his, dum lenta boves per gramina ludunt,
contemplatur ovans hominum superumque labores.
Inde per inflatos calamos interna recludit
gaudia, sic ut dulce melos armenta sequantur,
placatique ruant campis de monte leones,
et refluant unde, frondes et Menala nutent. (Ecloge II.14-23)

Rondom vloeit er een kleine beek bedekt met loof
van wilgenhout, en zij bedauwt ononderbroken
de bovenranden van haar oeverkant met golfjes.
Voor water dat de berg vanboven uitstort baande
de beek vanzelf een weg waarlangs het zachtjes voortgolft.
En in dit kader, bij zijn koeien die zich speels
bewegen in het golvend weigras, aanschouwt Mopsus
het werk van mensen en van goden, en hij jubelt.
Dan geeft hij uiting aan de vreugde van zijn hart,
bespeelt de fluit, en kudden vee beluisteren
zijn zoete melodie, uit hoogten storten leeuwen
zich vreedzaam in het dal, het water stroomt terug,
de Maenalus laat al zijn lover wiegelen.