Helden

Helden
Helden

Helden
150 epigrammen uit de Anthologia Graeca
Uitgeverij Damon
Eindhoven, 2019 (216 pp.)
1e druk
ISBN 978 94 63402 42 2

€ 19,90 — bestel

uit de pers — geselecteerd

Van de duizenden epigrammen, geschreven door bekende en minder bekende dichters tussen de zesde eeuw voor en de zesde eeuw na Christus, bleven er in de Anthologia Graeca ruim vierduizend bewaard. Deze verzameling werpt een licht op alle facetten van de antieke Sercultuur. Eerder bracht Patrick Lateur al reeksen van telkens honderdvijftig puntdichten over dichters (Voltaire, 2007), filosofen (Damon, 2009) en goden (Damon, 2017). Met die laatste reeks vormt de nieuwe thematische verzameling Helden een tweeluik. In de honderdvijftig gedichten worden bekende helden en heldinnen uit mythen en sagen, uit de homerische epen en uit de Griekse tragedies geëvoceerd, onder meer Herakles en Deukalion, Niobe en Ariadne, Achilles en Odysseus, Ifigeneia en Medeia. Ook politieke helden als Themistokles en Alexander de Grote, en verder oorlogshelden en sporthelden. De epigrammen laten zien hoe de antieken zich door de eeuwen heen spiegelden aan hun mythologische held(inn)en of aan historische figuren die zich door hun optreden onsterfelijk hadden gemaakt. In deze tweetalige bloemlezing weerklinken de heroïsche epigrammen in diverse toonaarden, want over heldhaftige figuren wordt er nu eens ernstig en diepzinnig, dan weer luchtig en spottend geschreven. Maar altijd scherp en beknopt, zoals het van puntgedichten wordt verwacht.

uit de pers

‘Deze selectie raakt aan de essentie van wat epigrammen zijn: de dichter haalt een scène aan, creëert daarmee een hele wereld en gaat vervolgens, naar eigen believen, met de werkelijkheid aan de haal. Geniet van deze bundel, gedicht per gedicht.’ (Dieter Wildemauwe op de website van  Kunsttijdschrift Vlaanderen)

geselecteerd

Athamas’ razernij tegen zijn zoon Learchos
was niet zo heftig als Medeia’s toorn,
moorddadig voor haar eigen kroost.
Afgunst is een groter kwaad dan waanzin.

Als moeders doden,
wie moeten kinderen dan nog vertrouwen?
(Leonidas van Alexandrië, AG 9.345)

Na twintig jaar kwam Odysseus weer veilig thuis.
Zijn hond zag hem en Argos heeft hem toen
herkend aan zijn gestalte.

Jij, Stratofon, hebt nu vier uur gebokst.
Geen hond, geen burger
kan jou herkennen.
Wil jij je smoel bekijken in een spiegel,
je zweert het zelf wel: ‘Nee!
Da’s Stratofon niet meer!’
(Lucillius, AG 11.77)