Gedichten — Plato

Gedichten — Plato
Gedichten — Plato

Plato
Gedichten
Uiteverij P
Leuven, 2006 (64 pp.)
1e druk
ISBN 90 76895 84 8

uit de persgeselecteerd

Ondanks Plato’s vijandige houding tegenover de poëzie heeft ook de filosoof zich gewaagd aan verzen. In de Anthologia Graeca worden er ruim dertig epigrammen aan hem toegeschreven. Thema’s zijn o.m. de (homo-erotische) liefde, literatuur, beeldende kunst, de natuur. Bovendien bevat die antieke bloemlezing van Griekse epigrammen een reeks epigrammen over Plato. In de tweetalige uitgave Plato. Gedichten verzamelt en vertaalt Patrick Lateur alle epigrammen van en over Plato. Met toelichting en registers. Een eerder onbekend maar verrassend aspect van de grote Griekse filosoof.

uit de pers

‘Wat het boekje echter vooral de moeite waard maakt, is de prachtige vertaling van Lateur: vlot en virtuoos. Lateur bewijst eens te meer dat hij niet alleen het Nederlands volledig beheerst, maar ook met woorden kan spelen. Hij heeft elk gedicht ook heel nauwkeurig geannoteerd en gesitueerd. Dat is niet alleen mooi meegenomen maar in een paar gevallen zelfs noodzakelijk om het gedicht te kunnen begrijpen en dus naar waarde te schatten. Voeg daarbij de heldere uitleiding over de Anthologia, de epigrammen, Plato en zijn visie op poëzie, en je krijgt een erg interessant boekje. De verzorgde uitgave is ten slotte een streling voor het oog.’ (Katrien Vanacker in De Leeswolf)

‘Plato en de dichtkunst, hij vreesde de macht van het gedicht zozeer dat hij wel eens heeft bepleit het genre te verbieden. Toch staan er ruim dertig gedichten op zijn naam, door Patrick Lateur bijeengebracht in een alleraardigst boek. […] De fascinatie blijkt ook uit de vertalingen. De gedichten komen fris over en zo hoort het ook. Een andere Plato, een Plato die naar de natuur kijkt en voor mooie jongens zwicht. […] Menigmaal staat er bij Plato iets anders dan bij hem. Zo is verloren gegaan dat de appel de weigerachtige jongen zal leren hoe kort schoonheid duurt. Vang deze appel. Lees dit boek. Zie Plato zoals weinigen hem zagen.’ (Mario Molegraaf in Provinciale Zeeuwse Courant)

‘Met veel regelafbrekingen en daardoor veel wit om de Nederlandse tekst wil de vertaling soms echte poëzie worden. Want dat moet gezegd – niet onbelangrijk wanneer het gaat om een vertaling van Griekse poëzie: de gedichten zijn zo uitstekend vertaald dat wie niet (meer) in staat is van het Grieks te genieten, via het Nederlands van Lateur toch het origineel op waarde kan schatten. […] Zoek een locus amoenus op in een olijventuin en geniet van de klank van krekels en van de Griekse en Lateurs poëzie.’ (Michel Buijs in Hermeneus)

‘Vertaler Patrick Lateur moet erkennen dat veel van de epigrammen uit later tijd stammen en aan de grote filosoof zijn toegeschreven, maar hij neemt toch een kern aan die “authentiek” is (p.60). Waarschijnlijk is zelfs dat overdreven optimistisch. Geen van de teksten kan met zekerheid aan Plato zelf worden toegeschreven. Dat is jammer, maar zeker niet onoverkomelijk. De verzameling is minstens als curiosum uit de literaire traditie de moeite waard. Lateur heeft de epigrammen vertaald in mooie vrije verzen en voorzien van de Griekse brontekst. Leuk voor iedereen die ooit een paar regels klassiek Grieks heeft gelezen.” (Vincent Hunink in Streven)

‘Wie de vertaling van P. Lateur met het origineel vergelijkt — en dankzij deze tweetalige uitgave kun je dat voortdurend doen —, merkt dat ze niet alleen op zichzelf subtiele poëzie biedt, maar ook een betrouwbare gids is voor wie wil achterhalen wat de Griekse dichters geschreven hebben. […] Minstens drie soorten mensen zullen deze bundel met open armen ontvangen: de leraar Grieks die zijn leerlingen met een andere Plato kennis wil laten maken, de leraar Grieks die de wereld van het epigram in 43 gedichtjes wil verkennen en ten slotte elke liefhebber van geraffineerde poëzie.’ (Marc Vercruysse in Kleio)

geselecteerd

Epigrammen toegeschreven aan Plato

Laïs is mijn naam. Hautain
keek ik op Hellas neer en jonge
minnaars zwermden voor mijn deur.
Mijn spiegel is voor Afrodite:
want hoe ik ben wil ik niet zien,
en hoe ik was kan ik niet zien. [6.1]

Ik zei alleen: ‘Wat is Alexis mooi!’,
en zie: hij wordt door allen overal
bekeken en bewonderd. Ach, mijn hart,
waarom de hond een bot voorhouden
tot eigen ergernis nadien? Zijn wij niet
op die manier ook Faidros kwijtgeraakt? [7.100]

Ster van me,
je kijkt naar de sterren.
Ik wil het firmament zijn en
kijken naar jou
uit duizenden ogen [7.669]

Tijd neemt alles weg.
In lengte van jaren
kan alles veranderen:
naam en gestalte,
natuur en geluk. [9.51]

Toen Kypris te Knidos
haar beeld zag, zei ze:
‘O wee! Waar
zag Praxiteles me
naakt?’ [16.162]

Wij betraden het schaduwrijke woud
en vonden er de zoon van Afrodite.
Hij deed ons denken aan dieprode appels.
Koker en pijlen had hij niet,
geen gebogen boog. Maar alles
hing aan een boom tussen lieflijk lover.
Zelf lag hij overmand door slaap
te rusten tussen rozenknoppen,
een glimlach op de mond.
En boven hem, bruingele bijen.
Zij liepen op zijn fijne lippen,
goten hem hun honing in. [16.210]

Epigrammen over Plato

‘Adelaar, waarom sta jij op een graf?
En, zeg me, op wiens graf sta je?
En waarom staar je naar
het sterrenverblijf van de goden?’

– ‘Ik ben het beeld van Plato’s ziel.
Zij vloog heen naar de Olympos.
Maar zijn lichaam,
geboren uit de aarde,
rust in Attische aarde.’

[anoniem – 7.62]

Had Apollo in Hellas
Plato niet voortgebracht,
hoe zou hij zielen van mensen
met letters hebben genezen?
Want zijn zoon Asklepios
is arts van het lichaam,
zoals Plato het is
van de onsterfelijke ziel.

[Diogenes Laërtios — 7.108)