Europa. Mythologisch continent in eeuwige beweging

Europa. Mythologisch continent in eeuwige beweging
Europa. Mythologisch continent in eeuwige beweging

Europa. Mythologisch continent in eeuwige beweging
Athenaeum-Polak & Van Gennep
Amsterdam, 2019 
1e druk
verschijnt op 15 april 2019

Toen de Fenicische prinses Europa op de Aziatische kust de rug van een stier beklom, wist ze niet dat ze naam zou maken. Europeanen hebben door haar hun wortels in Fenicië (Libanon), maar ook in Turkije, waar ergens Europa’s eerste dichter, Homerus, zong, en waar Rome zijn mythische oorsprong vond. In keizer Augustus’ dagen ontstond in Jeruzalem, alweer Azië, een religie die Europa gestalte gaf.
Ons continent heeft veel wortels en veel gezichten, deels in de oudheid gevormd, en verspreid over een bijzonder divers gebied. Al die tijd en overal was en blijft Europa een en al beweging. De rijken van Alexander de Grote en keizer Trajanus waren de facto multicultureel, onderhevig aan migratie in alle richtingen. Dé Griek, dé Romein heeft nooit bestaan.
Monolithische beeldvorming werkt misleidend. Patrick Lateur laat Europa zien als een wereld in constante beweging, en dat werkt verhelderend in discussies over identiteit, migratie en integratie.

Europa is de tekst van de tweede Homeruslezing die door Patrick Lateur wordt uitgesproken op 13 april 2019 in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden. De lezing vindt plaats in het kader van de Week van de Klassieken en wordt georganiseerd door het Nederlands Klassiek Verbond.

uit de pers — geselecteerd

uit de pers

‘Aan de hand van een rijke selectie van antieke bronnen gaat Lateur daarbij in op thema’s als migratie, integratie en identiteit. Onder meer citaten uit Thucydides, Vergilius, Isocrates, Aeschylus, het Lucasevangelie, Herodotus en Tacitus passeren de revue. Hij roept vanuit deze antieke bronnen op tot een open vizier in prominente hedendaagse discussies omtrent Europa.’ (Anton van Hooff in Hermeneus)

geselecteerd

Schaalvergroting en globalisering hebben een groot mentaal effect. In het hellenisme en in de eeuwen van het Imperium gaven filosofen met praktische leefregels innerlijke rust aan verontruste geesten. Wanneer de polis moet wijken voor de kosmos, dan wordt de bewoner van die polis een burger van de kosmos, een kosmopoliet. Het woord kosmopolitès werd wellicht voor het eerst gebruikt door de cynicus Diogenes van Sinope, zo vertelt Diogenes Laërtius:

Toen men hem vroeg waar hij vandaan kwam, zei hij: ‘Ik ben een wereldburger.’ (6.63)

Diogenes voelde zich niet bijzonder verbonden met een of andere polis, niet gebonden door maatschappelijke conventies en afspraken. Zijn enge kosmopolitisme krijgt een opener dimensie in de stoa, die alle mensen beschouwt als rationele wezens, als schakels van één grote keten, de verstandelijk geordende natuur die hen in één grote gemeenschap samenhoudt. Zo dacht ook keizer Marcus Aurelius, die veel tijd doorbracht langs de Donaulimes in Carnuntum op de grens van Oostenrijk en Slovakije. De man uit de Urbs die zou overlijden in Wenen of in het Servische Sirmium, schreef in het Grieks. Uit zijn Persoonlijke notities deze veel geciteerde passage:

Als wij mensen het denken gemeen hebben, is ook de rede, waardoor we redelijke wezens zijn, iets gemeenschappelijks. Dan is ook de rede die voorschrijft wat wel en wat niet gedaan mag worden, gemeenschappelijk. Als dat zo is, is ook de wet gemeenschappelijk. Dan zijn wij allen burgers. Als dat zo is, maken wij deel uit van een bepaalde staatsgemeenschap. Dan is de kosmos als het ware een staat, want van welke andere staatsgemeenschap kun je zeggen dat alle mensen er deel van uitmaken? (4.4)

[…] De stoa had zo een antidotum tegen elke vorm van vervreemding in een wereld die almaar wijder wordt, tegen enge geesten en elke vorm van bekrompenheid. In onze discussies over globalisering en nationalisme, identiteit en multiculturaliteit, migratie en asiel, isolement en integratie kan een kosmopolitische openheid onze geesten in beweging houden.