De speelman van Assisi

De speelman van Assisi
De speelman van Assisi

De speelman van Assisi
Poëziecentrum
Gent, 1994 (55 pp.)
1e en 2e druk
ISBN 90 70968 86 X

uit de persgeselecteerd

In De speelman van Assisi schetst de dichter een geestelijke biografie van Frans van Assisi, die rond 1200 nieuwe wegen zocht voor een radicale evangelische beleving. Ook deze bundel wordt gekenmerkt door een cyclische structuur. Proloog en epiloog (een fresco van Franciscus’ tijd en het Cantico als ideaalbeeld) omkaderen cycli over de jonge Francesco en de nieuwe Franciscus en twee reeksen gedichten over de plaatsen die voor hem een ommekeer en een voltooiing betekenden: San Damiano en La Verna. Het middenstuk bestaat uit cycli die twee elementen evoceren die Frans van Assisi ten gronde kenmerken: armoede en vreugde.
De derde druk van De speelman van Assisi verscheen, samen met de derde druk van Catacomben, in Rome & Assisi.
Door de auteur ook ingesproken op cassette voor de Vlaamse Klank- en Braillebibliotheek.

Fragment uit een lezing over De speelman van Assisi, gehouden op 4 november 1995 tijdens de jaarlijkse studiedag van het Franciscaans Studiecentrum in Utrecht.

uit de pers

‘Lateur schrijft vormvaste en klankrijke poëzie, vol van alliteraties, asonnanties, binnen- en eindrijmen. Bovendien boort hij veelvuldig het zintuiglijke aan. Samen met de ongemeen rijke en geladen inhoud levert dit boeiende en sterke gedichten op.’ (Stefan van den Bossche in Kreatief)

‘De auteur is er ten volle in geslaagd de tijdsgeest van Franciscus’ eeuw perfect weer te geven. Belangrijk is ook dat de geest van Franciscus telkens zeer juist en met een rijk taalpalet wordt aangeboden.’ (Heribert Roggen in Broeder Franciscus. Tijdschrift voor de Franciscaanse familie)

‘Zich nu weer inspirerend aan de beroemde fresco’s van Giotto, dan weer zich a.h.w. nestelend in de huid van Franciscus zelf of van Chiara, schildert Lateur in brede verzen zijn eigen fresco.’ (Frank Tubex in Vlaanderen)

‘Net als Franciscus, “de stille speelman die Gods lof mocht zingen”, heeft Patrick Lateur geen tafelspringerij nodig om als dichter te overtuigen. Zijn gedichten spreken voor zichzelf.’ (Jooris Van Hulle in Poëziekrant)

geselecteerd

Tripudiantes 1

‘Francesco, zoon van messer Bernardone,
het minnelied dat ooit de koude nacht
verblijdde op de jaarmarkt in het Noorden
moet jij nu zingen, elke meid verwacht

dat jij de stratendans in driepas leidt.’
Hij strekt het voze lijf dat suft in geur
van wijn en vet maar bont gekleurd herrijst
in malle kleren die hij uit een keur

van vaders stoffen had. Brunetta lonkt
als nooit voorheen, maar hij: ‘Amata, snel
mijn trom en fluit! Fidanza, dans en pronk,
jij, lenig stuk!’ De nacht stinkt naar de hel.

Portiuncula

Ik zie hem lopen door de nauwe poort
waar schijn en leugen overgaan in kleur,
geluid en geur van wat met tooi noch woord
bedriegt. Een dwaas gelijk — van wat gebeurd

was toen, nog amper sporen in zijn geest —
vond hij de weelde van het dal. Ik hoor
zijn lied en vogels wisten voor het eerst
hun zang verstaan en echoden in koor.

Ik lees wat hem verklaard werd in die dagen
— Matteüs’ woord: ‘Je zal geen reistas, staf,
geen tweede overkleed of schoeisel dragen.’ —
en weet dat hij toen veel om weinig gaf.

Testament 2


En ‘Vrede geve u de Heer!’, zo zullen
wij elke mens begroeten naar Zijn woord.
De armoe schrijft ons voor nimmer te dulden
dat huis of kluis ons als een duurzaam oord

gegeven wordt: wij blijven vreemdelingen
en pelgrims overal in deze wereld.
En blijf gehoorzamen in onderlinge
trouw. Zeg toch niet: dit is een nieuwe regel.

Dit is alleen herinnering, vermaan
én testament dat ik, de kleine broeder
Franciscus, aan mijn broeders overmaak
om wat wij ooit beloofden te behoeden.