Cupido cruciatus — Ausonius

Cupido cruciatus — Ausonius
Cupido cruciatus — Ausonius

Ausonius
Cupido cruciatus — 
Cupido aan het kruis
Uitgeverij P
Leuven, 1999 (15 pp.)
1e druk
ISBN 90 73214 63 7

uit de persgeselecteerd

Wat gebeurt er als heldinnen zich door Cupido bedrogen weten en als liefdesverdriet hen zelfs de dood injaagt? Zij wreken zich. Wanneer de liefdesgod inderdaad per vergissing in de onderwereld belandt, binden zij hem aan een boom. Vrouwen folteren nu zelf de folteraar van vrouwenharten. En zelfs moeder Venus doet mee, tot …
Deze poëtische fantasie uit de vierde eeuw is een vrijwel vergeten jeu d’esprit van de Latijnse dichter Ausonius, de oudste dichter van Frankrijk.

zie ook: Ausonius, Lied van de Moezel en Lied van de Moezel & Cupido aan het kruis

uit de pers

‘Nogal wat enjambementen breken door de dreun van de lange zevenvoeters. Vaak werken ze expressief, maar soms ook lijkt de druk van het eenmaal gekozen versschema er voor iets tussen te zitten. Toch blijft de vertaling in haar geheel een prestatie van hoog niveau. Ausonius’ vlotte, welluidende verzen en de speels compassieuze toon van zijn verhaal krijgen in het Nederlands een evenwaardige weergave. … Deze plaquette is niet alleen een hebbeding voor verzamelaars, ze zal ook iedereen bekoren die houdt van klassieke poëzie en van poëzie tout court.’ (Andries Welkenhuysen in Kleio. Tijdschrift voor oude talen en antieke cultuur)

‘De classicus […] diept nu een andere poëtische parel op uit het juwelenkistje van de laat-Latijnse literatuur. Lateur vertaalt de hexameters naar het model van D’hane-Scheltema’s Metamorphosen-vertaling in zevenvoetige jamben. De melodieuze, wat melancholische toon van het origineel is goed getroffen. Zo wordt myrteus amentes ubi lucus opacat amantes hier “een mirtenbos belommert er verdwaasde minnaressen.” Jammer voor deze aanminnige waanzinnigen dat de woordspeling amantes amentes in het Nederlands niet behouden bleef.’ (Paul Claes in De Standaard der Letteren)

‘De vertaling weerspiegelt de ervaren vertaler.’ (Proza)

‘Schitterende vertaling.’ (Bacchus)

geselecteerd

De muze van Vergilius bezingt de Nevelvelden,
een mirtenbos belommert er verdwaasde minnaressen.
Daar hielden de heldinnen riten in extase, allen
getekend door een eigen dood die eertijds elk van hen
getroffen had. Zij doolden door het wijde woud — het licht
was schaars — tussen de weelde van papavers, stengels riet,
langs stille, rimpelloze meren, stromen zonder deining.
En in het nevellicht verwelken op de oevers weeë
bloemen. Ooit kregen zij de naam van koningen en knapen:
Narcissus die zich spiegelt, Hyacinthus van Oebalus
en goudgelokte Crocus, purperkleurige Adonis,
Ajax van Salamis, bezongen in een treurtoneel.
Wat de heldinnen kwelt met liefdespijn en tranen, alles
roept weer bij hen het leven op dat zij verloren. Zelfs in
de dood blijft de herinnering aan wat zij leden leven.