Catacomben

Catacomben
Catacomben

Catacomben
Poëziecentrum
Gent, 1991 (48 pp.)
1e en 2e druk
ISBN 90 70968 53 3

uit de persgeselecteerd

Catacomben is een verdichte dagtocht door de catacomben van Callixtus aan de Via Appia in Rome. Fresco’s, inscripties, sarcofagen en sculpturen in gangen en grafkamers van de ondergrondse vroegchristelijke begraafplaats nodigen, in tegenstelling tot de barokke weelde van Rome, uit tot bezinning over het wezen van de evangelische inspiratie en tot zoeken naar authentieke belevingen ervan. In de cyclische structuur van de bundel staat In hoc signo centraal, waarvan het centrale gedicht Agapè ook de kern van de bundel vormt. Daarrond ontwikkelen zich verzen die zich inspireren op scènes uit het Oude en het Nieuwe Testament en enkele archeologica. De buitenste kring is de tocht naar en de terugkeer uit de catacomben. Uit de onderwereld van de vroegchristelijke graven spreekt een bevrijdende boodschap voor de bovenwereld van vandaag.
De drie gedichten uit de cyclus In hoc signo uit Catacomben werden bekroond met de Basiel de Craeneprijs voor debuut op de Vlaamse Poëziedagen 1988 in Gent. In 1989 werd het typoscript van Catacomben in Hasselt bekroond met de vijfjaarlijkse Poëzieprijs Gerard Michiels.
De derde druk van Catacomben verscheen, samen met de derde druk van De speelman van Assisi, in Rome & Assisi.

uit de pers

‘Typerend is de klassieke vormgeving van Lateurs gedichten: drie kwatrijnen, gebonden door eindrijm en geschreven met een grote zorg voor de ritmische en melodieuze uitwerking van het vers.’ (Dirk de Geest in Boekengids)

‘Een poëtisch vervolgverhaal dat net iets meer dan een maand lang op de nachttafel kan blijven liggen, en waar later, lukraak kan naar teruggegrepen worden. Vooral in wat moeilijker levensmomenten zijn de gedichten kostbare makkers. Dit schrijven heeft immers iets helends en louterends. Taal als houvast en steen onder je voeten.’ (Rik Vanmulders in Het Nieuwsblad)

‘De bundel is stevig gestructureerd en bevat 31 overwegend ‘Dinggedichte’ van telkens drie kwatrijnen. Zij getuigen van een niet alledaagse cultuur. De diepzinnige inhoud is bovendien verwaard in een adequate vorm. In dat opzicht staat Lateur in de traditie van grote voorbeelden als Ida Gerhardt en Anton van Wilderode.’ (Rudolf van de Perre in Vlaanderen)

geselecteerd

Anker

Duister volgt mijn stap het dansend licht
dat op de natte wanden tekens zoekt
van oudsher ingekrast en toegedicht
door vrome handen in een hoopvol boek.

Hier lees ik ‘Urbica’ en raad een boot
in de volmaakte ronding van de lijnen.
En vredig schuilt de duif onder een loot
die haar beschut met eeuwige olijven.

Men heeft haar uit de stad hierheen gebracht
terwijl ze overvoer naar ´t laatste huis.
Ze wierp het anker uit en vond haar kracht
in het verholen dwarshout van het kruis.

Duif

In hemelhoge vlucht zag zij het licht
het koele weiland en de witte waden
van eeuwige koren in een vergezicht
een vredevolle tuin met levend water.

De koude marmerplaat houdt haar versteend
in even evenwicht. De bekermond
verwacht de dronk die heelheid leent
en leert dat wie hier rust verkwikking vond.

Getekend duif zijn in de nieuwe morgen
op lichte wiek de omega genaken,
hier even nog in duifsteen opgeborgen
en toegezegd voor eeuwen later.

Ichtus

De brede stroming langs de oeverkanten
het brakke land waar levensbomen wassen
een visser nooit zijn netten droogt en manden
wachten immer vol tussen de grassen:

hier zwemt de Vis ongrijpbaar voor de reiger
van bron naar mond in eender wederkeer,
geeft hij het water leven en de twijgen
die buigzaam buigen in de golving neer.

Geschoold volgen de vissen, weten water
helend heil voor hun gekneusde kieuw
en ademen het levenswoord voor later.
Ik weet: alles wordt in dit teken nieuw.