Brieven — Michelangelo

Brieven — Michelangelo
Brieven — Michelangelo

Michelangelo
Brieven
Uitgeverij P
Leuven, 2013 (88 pp.)
1e druk
ISBN 978 94 91455 22 3

geselecteerd

Michelangelo (1475-1564) kennen we als beeldhouwer, schilder en dichter, maar veel minder als auteur van ruim vijfhonderd brieven die ons een blik gunnen achter de schermen van zijn gepassioneerd en vaak tumultueus bestaan. Uit zijn brieven aan opdrachtgevers, familieleden en vrienden spreekt een heel aparte persoonlijkheid, soms heel agressief, dan weer zwaarmoedig, creatief en bezorgd, uit op geld en toch vaak erg royaal.
Met een eigenzinnige selectie van 28 brieven zet Patrick Lateur zijn verkenningstocht naar minder bekende teksten uit de cultuurgeschiedenis verder. De vertaling wordt vergezeld door de brontekst en gevolgd door annotaties en een uitleiding. Dat alles in de mooi vormgegeven klassieke reeks, die Lateur ooit opende met een vertaling van het Pervigilium Veneris en waarin hij ook poëzie of proza bracht van Plato, Ausonius, da Vinci, Alberti en Aretino.

geselecteerd

‘Nu ben ik er zeker van dat jij mijn broer niet bent, want was je mijn broer, dan had je mijn vader niet bedreigd. Integendeel, je bent een beest en ik zal je als dusdanig behandelen.’ (aan zijn broer Giovan Simone, augustus 1509)

‘Zie je dan niet welke reputatie je mij bezorgt, als de mensen zeggen dat ik jou heb verjaagd? Dat ontbrak er nog aan, naast de zorgen die ik heb voor andere zaken! En dat alles duld ik uit liefde voor jou. Jij bent er me wel echt erkentelijk voor!’ (aan zijn vader Lodovico, maart 1521)

‘Ik heb meermaals nagedacht over het graf van Julius II en zoals u me schrijft, komt het me voor dat er twee manieren zijn om zich uit de slag te trekken: de ene is het graf uit te voeren, de andere bestaat erin dat we hun het geld teruggeven en dat zij het zelf uitvoeren.’ (aan Sebastiano del Piombo, augustus 1531)

‘Messer Tomasso, mijn dierbare heer, ofschoon ik uw laatste brief niet beantwoordde, geloof ik toch niet dat u denkt dat ik u ben vergeten of dat ik het voedsel kan vergeten waarvan ik leef, en dat is niets anders dan uw naam.’ (aan zijn jonge vriend Tomasso Cavalieri, 28 juli 1633)

‘U zult wel zeggen dat ik oud ben en gek, maar ik zeg u dat er niets beter is om gezond en zelfs gepassioneerd te blijven, dan de zotheid.’ (aan zijn vriend Fattucci, juni 1547)

‘En het testament luidt als volgt: al wat ik bezit, laat ik aan Gismondo en aan jou, in die zin dat mijn broer Gismondo evenveel krijgt als jij, mijn neef, en dat geen van beiden een beslissing kan nemen over mijn zaken zonder de instemming van de ander.’ (aan zijn neef Leonardo, 5 april 1549)