Bestiarium — Leonardo da Vinci

Bestiarium
Bestiarium

Leonardo da Vinci
Bestiarium
Voltaire
‘s-Hertogenbosch, 2007 (96 pp.)
1e druk
ISBN 978 90 5848 076 7

uit de persgeselecteerd

In een heel klein aantekeningenboekje (Codex H, Paris, Institut de France) schreef Leonardo da Vinci een honderdtal meestal korte bedenkingen en beschrijvingen, die het corpus moesten vormen van een Bestiarium. Het verbinden van menselijke deugden en ondeugden met werkelijk bestaande of gefantaseerde dieren gaat terug tot in de oudheid en gaf in de middeleeuwen ontstaan aan bestiaria verlucht met schitterende miniaturen. De verzameling van Da Vinci is o.m. geïnspireerd door passages in de Naturalis historia van Plinius Maior en door de Fiori di virtú, een laat-middeleeuwse, didactisch-morele verzameling van sententies en verhalen omtrent dieren.

Da Vinci’s aandacht voor de dierenwereld heeft in deze aantekeningen niets te maken met natuurwetenschappelijke belangstelling. Morele kwalificaties hebben de bovenhand en een van de centrale thema’s is de universele oorlog onder de mensen, en in het bijzonder de strijd tussen ouders en kinderen. Het Bestiarium vertoont daardoor gelijkenissen met wat Leonardo ook in zijn fabels en raadsels schreef. Soms vertrekt hij vanuit een moreel begrip zelf dat als titel fungeert: Waarheid. Ofschoon de patrijzen elkaars eieren roven, keren de jongen die uit die eieren komen toch altijd terug naar hun echte moeder (17). Maar veelal is het dier zelf uitgangspunt: De hommel kan men gelijkstellen met bedrog, want in zijn mond heeft hij honing en in zijn achterste gif (99).

Na de vertalingen van Fabels en Raadsels & Voorspellingen (Uitgeverij P), zorgt deze tweetalige editie voor een verdere ontsluiting van het literaire werk van Da Vinci.

Zie ook: Leonardo da Vinci, Maximes.

uit de pers

geselecteerd

1. Liefde voor de deugd

De leeuwerik is een vogel waarvan men beweert dat hij zijn kop naar de andere kant wendt als hij bij een zieke wordt gebracht die ten dode is opgeschreven; hij bekijkt hem niet eens. Maar wanneer die zieke zal genezen, dan verliest die vogel hem geen ogenblik uit het oog, meer nog, dankzij hem wordt de ziekte volledig weggenomen.

Zo kijkt ook de liefde voor de deugd nooit naar wat gemeen of slecht is. Zij blijft integendeel steeds bij wat eerlijk en deugdzaam is en verwijlt in een edel hart, zoals vogels op bloesemende takken in groene wouden. En die liefde openbaart zich meer in tegenspoed dan in voorspoed, zoals licht dat op een donkerder plaats meer straalt.

2. Afgunst

Over de wouw leest men dat hij zijn jongen, die hij in het nest te dik ziet worden, uit afgunst in de flanken pikt en hen zonder voedsel laat.

3. Vreugde

De vreugde is eigen aan de haan, die zich om het minste verheugt en zingt in wisselende en vrolijke tempo’s.

4. Droefheid

De droefheid kan men vergelijken met de raaf. Als hij ziet dat zijn pasgeboren jongen wit zijn, gaat hij weg, één en al verdriet, en vol droefheid en spijt laat hij hen in de steek. En zo lang hij bij hen niet een paar zwarte veren ziet, geeft hij hun geen voedsel.

5. Vrede

Over de bever leest men: wordt hij achtervolgd, dan weet hij dat dit gebeurt omwille van de genezende kracht van zijn testikels. Hij houdt halt omdat hij niet verder kan vluchten, en om vrede te sluiten met zijn jagers bijt hij met zijn scherpe tanden zijn testikels af en laat ze aan zijn vijanden.

6. Woede

Van de beer wordt gezegd dat de bijen hem beginnen te steken als hij naar de bijenkorven komt om hun honing te roven. Bijgevolg laat hij de honing achter en stort zich op hen om zich te wreken. En omdat hij zich wil wreken op alle bijen die hem steken, kan hij zich op geen enkele wreken. Zijn woede slaat dan om in razernij, hij werpt zich op de grond en spartelt met handen en voeten waarmee hij zich vergeefs verdedigt.