Armand Demeulemeester

Armand Demeulemeester
Armand Demeulemeester

Armand Demeulemeester
Een schildersleven
eigen beheer
Ronse, 2001 (96 pp.)

‘L’artiste digne de ce nom a l’amour du moindre atome de vie. Comment voulez-vous qu’en une époque lamentable et sublime où tant d’héroïsme individuel est demandé à l’homme et parfois telle servitude aussi, comment voulez-vous que l’artiste qui a le sens d’une ‘poétique profonde’ ne rentre pas un peu en lui-même, qu’il ne se cache et se terre comme un soldat dans sa tranchée, au milieu de tant de théories contraires, de marchandages, de surenchères? Et il le peut faire aisément au milieu de la vie ambiante sans se retirer au désert.’
In wat de 56-jarige Georges Rouault op 20 maart 1927 in zijn eerste brief aan Georges Chabot schreef, moet Armand Demeulemeester zichzelf herkennen. Reeds meer dan een halve eeuw is hij de aandachtige toeschouwer van zijn wereld en zijn tijd ‘lamentable et sublime’ en geeft er in de stilte van zijn atelier met kleur en vorm een nieuw en eigen leven aan. Wellicht niet toevallig was het diezelfde Georges Chabot die de jonge kunstenaar Demeulemeester aanmoedigde en steunde. Het was het begin van een lange zoektocht, picturaal en spiritueel, die de aandacht trok van vele bewonderaars . René Huyghe, lid van de Académie Française, volgde zijn werk op de voet. En vanaf het moment dat Armand Demeulemeester in zijn grote cycli bijbelse thema’s verwerkte, werd hij algemeen beschouwd als een van onze belangrijkste religieus geïnspireerde kunstenaars.
Van die zoektocht wil dit boek een evocatie geven in woord en beeld. Het verschijnt naar aanleiding van de vijfenzeventigste verjaardag van de kunstenaar en bevat bijdragen die zowel de artiest als de mens Demeulemeester benaderen. Dr. Lydia M.A. Schoonbaert, Erehoofdconservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, geeft een overzicht van het oeuvre. Twee elementen daaruit, de landschappen en de grote cycli, worden belicht door prof. dr. Peter Schmidt van het Grootseminarie in Gent. Patrick Lateur zoekt naar het wezen van de autodidact in Demeulemeester. De verhouding kunstenaar – galeriehouder is het thema van een bijdrage door Albert van Wiemeersch, die in zijn galerie Kunstforum in Schelderode meermaals werk van de schilder exposeerde. Broeder Dr. René Stockman, Generale Overste van de Broeders van Liefde in Rome, schetst als vriend des huizes een portret van de bewoners van Wittentak. Het boek wordt afgesloten met een curriculum dat een fragmentair beeld geeft van leven en werk van de kunstenaar. Tussen deze bijdragen door loopt als een afzonderlijk verhaal het oeuvre van Armand Demeulemeester in een keuze van dertig chronologisch gerangschikte schilderijen.
Zijn geestelijke queeste heeft Armand Demeulemeester uitgeschreven in Kunst en religie samen beleven in Wij hebben Hem herkend. Gelovigen getuigen (Davidsfonds, Leuven, 2001). Zijn zoektocht op het picturale vlak heeft hij in de loop der jaren toegelicht in tal van interviews. De kern daarvan is wellicht wat Georges Rouault schreef in zijn Soliloques uit 1944:
‘Forme, couleur, harmonie! On n’est jamais assagi, même à soixante et douze années d’âge! On espère quoi, je vous le demande?… le miracle! – ‘Que voulez-vous dire par là?’ rétorquent aussitôt certains positivistes. Envoûté par la forme et la couleur, l’aventurier rumine…’

Bij de opening van de tentoonstelling Genesis en andere werken van Armand Demeulemeester in de bibliotheek van de faculteit Godgeleerdheid van de KU Leuven op 25 februari 2000 gaf Patrick Lateur de lezing Autodidact over kunstenaar Armand Demeulemeester.