Jansenius

Lezingen brengen me nogal eens op een historische plek. Vanavond proeven in het Hollands College in Leuven de Vrienden van het College op bescheiden wijze moezelwijnen en ik onderhoud hen over Ausonius en zijn Lied van de Moezel. Dat Collegium Hollandicum, bedoeld als priesterseminarie voor het bisdom Haarlem, dateert uit het begin van de 17de eeuw en functioneerde tot aan de Franse Revolutie. Na het vertrek van de Fransen ontstond op die plek een nog altijd erg bekende school, het Paridaensinstituut, waarvan de nonnen hun intrek namen in het College. Twee eeuwen vóór hen was de eerste directeur van het Hollands College de Leuvense theoloog Jansenius, die de toren in de tuin bij de Dijle als studiekamer liet inrichten. De man van het jansenisme en de predestinatieleer, ooit bisschop van Ieper, steekt sinds mijn humaniora in mijn achterhoofd. Vanavond groet ik hem, maar mijn vrijheid is me wel dierbaarder dan zijn stelling, en zijn ascese. Liever een vers van Ausonius en nippen aan een moezelglas.