Het gruwelijkste bedrijf

Beelden en beschrijvingen van beestig optreden in Oekraïne raken ons diep. Wij zien en wij weten het: oorlog ontmenselijkt.
En toch blijf ik bij Homeros, Livius en Tolstoj evocaties van veldslagen, moord en doodslag lezen. Bij Europa’s oudste dichter wordt kort en cru verteld hoe een held sneuvelt, maar dan klinkt het plots bijna meevoelend: het duister van de nacht omfloerste toen zijn ogen of toen dekte duisternis zijn ogen toe. Heel anders bij Herodotos. In de ouverture van Historiën stelt de geschiedschrijver zijn werk voor als ‘het resultaat van zijn onderzoek’. En in veel lugubere passages klinkt inderdaad de onderzoekende etnograaf door. In IV.103 beschrijft hij de oorlogsgebruiken van de Tauriërs, de oude bewoners van de Krim, waar volgens de mythe Ifigeneia terechtkwam na het offer door Agamemnon. ‘Met vijanden die ze hebben verslagen, doen ze het volgende. Iedere man hakt een hoofd af, neemt het mee naar huis, spietst het vervolgens op een lange paal en zet die zo neer dat hij ver boven het huis uitsteekt, bij voorkeur boven de schoorsteen. Ze verklaren dat ze daar hangen als bewakers van het hele huis. De Tauriërs leven van plunderingen en oorlog.’ (vert. Wolther Kassies 2019)
Hoe komt het dat ik zoiets niet zonder interesse lees? Waarom was ik ook als kleine jongen gefascineerd door het gruwelijkste bedrijf? De kloof tussen fictie en feiten kan de perceptie milderen. Afstand en gewenning spelen ook een rol. Maar geen dichter, geen historicus, geen journalist mag ons doen wennen aan de donkerste kant van de mensheid.