Genoveva van Brabant

De kalender herinnert vandaag aan Genoveva van Babant, een legendarische figuur uit de achtste eeuw, die stof gaf voor een middeleeuws verhaal dat rond 1400 werd neergeschreven in de abdij van Maria Laach. Het volksverhaal kende door de eeuwen heen een groot succes en inspireerde o.m. Madame de Staël, en ook componisten als Schumann, Offenbach en Satie. Ik herinner me in mijn kinderjaren thuis haar naam te hebben gezien op een oud en bestoft boek. En dat was niet de bewerking die Streuvels maakte en zeker niet de uitgebreide roman die hij in 1919-1920 schreef. Niet direct zijn beste werk. Toen ik die Genoveva van Brabant eindelijk ´s helemaal doorlas, verraste de man die geen Latijn kende, me wel met een vertaling van een stuk uit Ausonius’ Mosella. Onderzoek wees uit dat Streuvels intermediair werkte via een Duitse vertaling. Maar de plaats die hij aan Ausonius’ Lied van de Moezel gaf vond ik best aardig. En ik weet niet of dat ooit heeft meegespeeld toen ik de eerste volledige vertaling maakte van het oudste stroomgedicht uit de literatuur. In elk geval, wat de ene Lateur heel even aanraakte, heeft een andere een kleine eeuw later helemaal opengelegd.