Lezen bij tussenpozen

In mijn coronazetel las ik bij tussenpozen – want dat covidbeestje weet van bijten – de rest van The Power and the Glory van Graham Greene (1940), een roman over een onconventionele ‘whiskypriester’, die ook vader is. De man wordt finaal gefusilleerd door het antikerkelijke regime van de zuidoostelijke Mexicaanse staat Tabasco. Nadien verder deel vijf van Boons verzameld werk. Menuet (1955) is een meesterlijk drieluikje waarin een driehoeksverhouding vanuit de beleving van de drie personages heel scherp wordt verwoord. Intussen rolt een tekstband met krantenknipsels vol ellende over de bovenrand van de pagina’s. De stilistische flow van Boon had me eens te meer in zijn greep, Het geschonden geweten van Greene sprak me vooral aan door het spiritueel perspectief. Vandaag en morgen grijp ik eindelijk nog ´s terug naar Louis Couperus. Hij inspireerde zich op Herodotos voor Xerxes of de hoogmoed. Agressie als hybris, klinkt gruwelijk actueel.