Patricius

Op St. Patrick’s Day citeer ik graag iets uit een van de twee bewaarde werkjes van Patricius (+ 17 maart 461). Toen de Bretoen Coroticus tijdens een raid in Ierland christenen vermoord of ontvoerd had, schreef Patricius hem en zijn soldaten een brief die als volgt eindigt:

Quaeso plurimum ut quicumque famulus Dei promptus fuerit ut sit gerulus litterarum harum, ut nequaquam subtrahatur a nemine, sed magis potius legatur coram cunctis plebibus et praesente ipso Corotico. Quod si Deus inspirat illos ut quandoque Deo resipiscant, ita ut uel sero poeniteant quod tam impie gesserunt – homicida erga fratres Domini – et liberent captiuas baptizatas quas ante ceperunt, ita ut mererentur Deo uiuere et sani efficiantur hic et in aeternum! Pax Patri et Filio et Spiritui Sancto. Amen.

Om het even welke dienaar Gods bereid zou zijn deze brief te bezorgen, met aandrang vraag ik dat de brief in geen geval door iemand wordt verduisterd of achtergehouden, maar veeleer gelezen wordt ten overstaan van alle stammen en in aanwezigheid van Coroticus zelf. Als God hen ertoe inspireert ooit weer voor Hem een wijs leven te leiden, zullen zij, ook al is het laat, berouw hebben over hun goddeloze daden – zij bedreven een moord op de broeders van de Heer – en zullen zij de gedoopte vrouwen bevrijden die ze gevangen hadden genomen. Zo zijn ze het waard voor God te leven en te worden geheeld, hier en in de eeuwigheid! Vrede hoort toe aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen. (Brief aan Coroticus 21)