Idibus Martiis

Op de verjaardag van Louis Paul Boon las ik gisterenavond Maagpijn. In plaats van Boons novelle had ik voor de verjaardag van kleinzoon Mats mijn brief kunnen herlezen die ik hem ooit schreef, maar eigen schrijfsels herlees ik zelden of nooit. Ofwel had ik op de Iden van maart naar een brok De bello Gallico van Caesar kunnen grijpen, maar de man ligt me niet en zijn dies fatalis herdenken is iets voor wie van de fasces houdt en bloemen neerlegt op het Forum Romanum waar hij gecremeerd werd. Neen, het werd Boon, langs wiens geboortehuis op de Aalsterse Zeshoek ik de stad steeds binnenrijd en er nu met genoegen vaststel dat het gered is en wordt opgeknapt samen met de vier andere arbeiderswoningen. In zijn oeuvre zijn er voor mij nog een paar lacunes. Zijn eerste novelle, geschreven in de oorlogsdagen van 1944, bevat veel autobiografisch materiaal, is komisch en bitter tegelijk, maar vooral: die dertig bladzijden Maagpijn zijn tekenend voor de nieuwe en vernieuwende literaire weg die Boon was ingeslagen. Op hun verjaardag delen schrijvers zelf cadeaus uit.