Sed libera nos a malo.

Vorige week citeerde ik hier de cynische uitspraak van Woland over goed en kwaad uit De meester en Margarita van Boelgakov. In het weekend trof me in een DS-interview met Maria Stepanova de uitspraak van de Russische schrijfster over het kwaad: ‘De westerse cultuur heeft in de tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog geprobeerd om alles uit te leggen, tolerant te zijn en steeds de ander te begrijpen. Maar soms is de ander eenvoudigweg het kwaad. Puur en simpel. We waren het bestaan van dat kwaad vergeten. Nu zien we de uitkomst van die vergissing.’ Daar moest ik gisteren in de Aalsterse Sint-Martinus weer aan denken bij het uitspreken van de laatste woorden van het onzevader. Aloude woorden krijgen in een nieuwe context soms een pregnante, dwingende en dringende betekenis.
Ik heb inmiddels Het kwaad van Rüdiger Safranski nog eens op de leesstoel gelegd. Op de kaft: De harpij van Edvard Munch (1899).