Aeneas, mythe en geschiedenis

Een paar maanden geleden wees ik er hier op dat men op de kust van de Salento in Apulië wedijvert om de plek te claimen waar Aeneas op zijn tocht uit Troje de Italische bodem betrad. Badisco bij Otranto kan geen archeologische vondsten voorleggen in vergelijking met het zuidelijker gelegen Castro, het oude Castrum Minervae. Daar werd in 2015 een cultusbeeld van Athena uit de vierde eeuw v.C. ontdekt en zijn ook de resten van de tempel van Minerva-Athena te vinden. Vergilius evoceert vermoedelijk die plaats in Aeneis III.530-536:

De wind die wij verlangden nam in kracht toe;
een haven werd van dichterbij waarneembaar
en op Minerva’s burcht verscheen haar tempel.
De bootslui reefden onverwijld de zeilen
en stuurden met de voorsteven op land aan.
Door golven uit het oosten werd de haven
als tot een boog gekromd. Er lagen klippen
in schuimsluiers van hoogopspattend water;
de eigenlijke haven bleef verscholen.
De uitlopers van torenhoge rotsen
gaan beiderzijds als muren naar beneden;
de tempel scheen van ´t strand weer weg te draaien.

(Vert. Anton van Wilderode)

De argeloze lezer van Italiaanse krantenberichten over Castro moet wel onderscheid weten te maken tussen mythe, archeologie en literatuur. Aeneas is natuurlijk de bindfiguur. Hij is de held in Vergilius’ stichtingsmythe van Rome en blijft een mythisch personage. Op zijn reis naar Hellas zal de dichter wellicht in Castrum Minervae de haven hebben gezien en de Athenatempel met het cultusbeeld. Daar ‘zag’ hij zijn held aan land gaan en hij liet in zijn verzen mythe en werkelijkheid samenvallen. Maar dat Aeneas in Castro is geweest…

Reblog op  #GrondslagenNet