Lierse letteren

In Lier loop je natuurlijk Felix Timmermans en Tony Bergmann tegen het lijf. Maar wandel je in een wijde boog rond de stad, dan verrast je in het natuurgebied Nazareth een poortgebouw, restant van de cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth, die later heropleefde in Brecht. Waar ooit werd gebeden, gezongen en gewerkt, wordt vandaag gegeten, gedronken en gedanst. Wat de monialen niet hadden, hebben feestgangers wel. En omgekeerd. Mij intrigeert de plek: Beatrijs van Nazareth (1200-1268) was hier dertig jaar lang priorin. Van haar blijft een klein meesterwerkje uit de mystieke literatuur bewaard. In amper vijftien bladzijden ontwikkelt zij, zoals de openingszin het zegt, Seuen manieren [sijn] van minnen, die comen vten hoegsten ende keren weder ten ouersten. Rob Faesen hertaalt de openingszin zo: ‘Zeven levenswijzen zijn er, zeven levenswijzen van de minne. Ze komen vanuit de meest Verhevene en ze keren weer naar de Allerhoogste.’ (Pelckmans, 1999) Een kleine eeuw geleden verscheen een omzetting door Albert Helman bij De Gemeenschap in 1928 met een houtsnede door Jozef Cantré. Franco Paris bracht nog in 2016 een Italiaanse vertaling. Die onbekende parel Uan seuen manieren van heileger minnen duikt op uit het stille, zompige bos als antidotum tegen rumoer uit feestzalen.