Elea: krijgers en wijsgeren

Ruim tien jaar geleden sleurde ik me in Elea naar boven, de akropolis op. Een wondere Zuid-Italiaanse plek, waarmee filosofen als Parmenides en Zeno verbonden blijven, een kolonie van Fokaiers.

Die machtige commerçanten uit Klein-Azië waren eerder al als kolonisten op Corsica beland, maar maakten het hun buren lastig. Herodotos in Historiën 1.166: ‘καὶ ἦγον γὰρ δὴ καὶ ἔφερον τοὺς περιοίκους ἅπαντας, στρατεύονται ὦν ἐπ᾽ αὐτοὺς κοινῷ λόγω χρησάμενοι Τυρσηνοὶ καὶ Καρχηδόνιοι, νηυσὶ ἑκάτεροι ἑξήκόντα – Maar omdat ze tegen alle buurvolken voortdurend plundertochten ondernamen, begonnen de Etruriërs en de Carthagers in gemeenschappelijk overleg een campagne tegen hen, elk met zestig schepen.’ (vert. Michel Buijs) Uit die zeeslag kwamen de Fokaiers als kleine winnaars met grote verliezen. Ze trokken weg en stichtten Elea. Daar bracht een heel recente opgraving op de akropolis onder de reeds gekende tempel een veel oudere Athenatempel uit 540-530 v.C. aan het licht. En daarin lagen ook helmen, waarvan archeoloog Massimo Osanna nu al durft te beweren dat het de oorlogsbuit is die als wijgeschenk werd geofferd. Helmen uit de zogenaamde zeeslag bij Alalia, de Corsicaanse kolonie van de Fokaiers.

Terwijl ik in Elea dacht aan Achilles en de schildpad, Zeno’s paradox, liep ik dus ongeweten over helmen. Helmen spreken van oorlog en strijd, voor Herakleitos een metafoor voor beweging, het worden. Een halve eeuw na Alalia zwoer Zeno’s leermeester Parmenides bij het Zijn. Je zou haast denken dat de Fokaiers zich daar koest hebben gehouden.

Een van de gevonden helmen is van het Negau-type en wijst op Etruskische makelij.

Reblog op  #GrondslagenNet