Hildegard en Halewijn

Met één druk op de knop vloog Hildegard van Bingen (12de eeuw) vanuit dit Denderdorp naar de Stad aan de Stroom, waar bij uitgeverij Halewijn eind april bij leven en welzijn mijn vertaling van haar gezangen verschijnt. Antifonen, hymnen en sequenties uit Symphonia armonie celestium revelationum weerklinken sinds een paar decennia van Canada tot Australië in allerlei uitvoeringen. Maar net als bij de cantates van Bach vraag ik me af in hoeverre haar luisteraars weten wat Van Bingen in wezen bedoelt. Haar composities fungeerden binnen een liturgische context en de opeenstapeling van beelden, vaak zonder veel logisch verband, doet me ietwat denken aan wat Pindaros in het oude Hellas deed. En dus, zoals ik een kwarteeuw geleden de ‘zwaan van Thebe’ vertaalde, zo wil ik nu een leessleutel zijn voor de ‘Sibille van de Rijn’. In de hoop dat haar woorden haar klanken versterken.