Vincent in Auvers

Op doorreis naar de Loire wil ik de laatste plek van Van Gogh zien. Ik kwam al in o.m. Zundert en Nuenen, Petit-Wasmes en Cuesmes, Arles en Saint-Rémy-de-Provence. En ik zag véél Van Gogh-exposities, de eerste in 1965 in het KMSK te Gent. Ik blijf mijn leraar esthetica van het college in Waregem daar eeuwig dankbaar voor.
Druilerig weer in Auvers-sur-Oise, niet wat je verwacht uit de doeken van Vincent met korenveld en Daubigny’s tuin. De plaats van zijn laatste schilderij Boomwortels wekt te veel aandacht met wat schreeuwerige platen, Dr. Gachet geeft niet thuis en ´s winters blijft ook Auberge Ravoux gesloten. Op het kerkhof steken nepzonnebloemen (!) uit boven de klimop waar Vincent naast zijn broer rust.
Hier, in de motregen, denk ik aan het naschrift bij zijn laatste brief aan Theo, en zie ik zijn schets gevuld met de zomerse kleuren van De tuin van Daubigny: ‘De voorgrond groen en roze gewassen. Links een groene en lila struik en een stam van een plant met witachtig blad. In het midden een rozenbed, rechts een hek, een muur, en boven de muur een notenboom met violet gebladerte. Verder een seringenhaag, een rij van gele ronde lindebomen, het huis zelf op de achtergrond, roze, met een blauwachtig pannendak. Een bank en drie stoelen, een zwart figuurtje met gele hoed op en op de voorgrond een zwarte kat. De hemel bleekgroen.’
En toen klonk het schot.