Botero in Bergen

Sinds ik in 1979 voor het eerst Botero in het Museum van Elsene zag, associeerde ik de Columbiaan te eenzijdig met vrouwen met een gezegend volume. Zelfs meer dan gezegend. In Beaux-Arts Mons zag ik nu dat hij ook zijn landschappen en zijn stillevens (die peer!) forse vormen meegeeft. Hij vervormt de werkelijkheid door in te grijpen in verhouding en volume. Ook in zijn gesprek met Europese kunstenaars als Van Eyck en Della Francesca, Goya en Van Gogh. Eveneens in zijn verwerking van antieke figuren die hij in Europa leerde kennen. De ontvoering van Europa schilderde, tekende en beeldhouwde hij meermaals. Niet dramatisch, maar voluptueus en sensueel. Europa lijkt het zich te laten welgevallen. Haar hand in de haren is sprekend. En ook de hand van de bronzen Leda op de poot van de zwaan verraadt veel. Botero’s ronde vormen ademen harmonie. Een flits in het BAM: een Zuid-Amerikaan herinnert me tussen al zijn volumes heel even aan mijn wortels.