O, Marcus Aurelius!

“De intellectuele elite in de klassieke oudheid ging lang niet zo verkrampt om met de dood als wij vandaag.” Met zo’n dubbele veralgemening gaat Joren Vermeersch in DS tweemaal in de fout, bovendien doet hij Marcus Aurelius onrecht aan. Ik weet niet of Τὰ εἰς ἑαυτόν van de keizer-filosoof op zijn boekenplank staat. En evenmin uit welke vertaling hij citeert om zijn veralgemening te funderen. Zeker niet uit die van de brave zuster Costanza (1942), die de tweede helft van VI.2 gewoonweg niet vertaalt met een ‘Licentia Superioris Majoris’. Ook niet uit de mooie vertaling van Nico van Suchtelen (1938). En evenmin uit de 18de druk van Persoonlijke notities door Simone Mooij-Valk (1994, 2018). Zij vertaalt “μία γὰρ τῶν βιωτικῶν πράξεων καὶ αὕτη ἐστί, καθ᾽ ἣν ἀποθνήισκομεν· ἀρκεῖ οὖν καὶ ἐπὶ ταύτης τὸ παρὸν εὖ θέσθαι” als volgt: “Sterven is immers ook een van de dingen die we in het leven moeten doen. Ook daarbij is het dus genoeg het ogenblik goed te benutten.” Die laatste zin klinkt iets anders dan bij Vermeersch: “Ook daar: doe wat gedaan moet worden.” Dubbele veralgemening en foutieve vertaling. Antieke bronnen zijn belangrijk en boeiend. Als ze goed en juist worden gebruikt.