Blauw

D’r schuilt schoonheid achter de chemische formule CaCuSi4O10. Egyptisch blauw. In Vitruvius’ De architectura VII.11.1 heet dat caeruleum: “De bereidingswijze van blauw is het eerst in Alexandrië uitgevonden, later is Vestorius het ook in Puteoli gaan produceren – Caeruli temperationes Alexandriae primum sunt inventae, postea item Vestorius Puteolis instituit faciundum.” (vert. Ton Peters, 1999) Vitruvius wijdt er voorts een erg technische paragraaf aan, al even sec als die formule voor calcium-koper-silicaat. Maar de Pompejanen hielden ervan. Een collega van die Vestorius was in 79 aan het werk in de Casa della Biblioteca en sloeg op de vlucht voor de brakende Vesuvius. Zijn potjes kwamen recent aan het licht. Mét het blauw dat veel antieke fresco’s zo zomers maakt.
Van de primaire kleuren trekt blauw me het meest aan, in al zijn varianten: het blauw van de Isjtarpoort, het bleu van Chartres, het blauw in de Boodschap van Antonello da Messina, azulejo’s, Delfts blauw, het blauw van Yves Klein, … En zeggen dat Homeros voor blauw eigenlijk geen eigen woord had. Blauw was voor hem altijd iets fonkelend of zwartig, het glimmend blauwgrijs van Athena’s ogen of het blauwzwart van een scheepsboeg of een haardos. De perceptie moet toen anders zijn geweest, want blind was de man echt niet.

Reblog op  #GrondslagenNet