De man van Myra

Terwijl Sint-Maarten al een tijdje de Dender achter zich liet, denk ik in deze morgen van Sint-Niklaas terug aan de Leie waar de sint steevast aan wal kwam. Ook aan Bari met zijn romaanse Basilica di San Nicola, waar ik veertig jaar geleden oude vrouwen in het zwart als krassende kraaien in de crypte hoorde paternosteren. En ik grijp even naar de 14de-eeuwse kleurrijke en stichtelijke Legenda aurea van Jacobus de Voragine, die als tweede legende de geschiedenis van Sinterklaas vertelt. Hoe belandde de man, die na zijn dood heilige olie bleef afscheiden, van Myra in Bari?
Post multum vero temporis Turci Miream urbem destruxerunt. XLVII vero milites Barenses illuc profecti quattuor monachis sibi astantibus tumbam sancti Nicolai aperuerunt ossaque eius in oleo natantia in urbem Baream detulerunt, anno domini millesimo octuagesimo septimo. – Maar veel later vernielden Turken Myra. Zevenenveertig ridders uit Bari trokken daar evenwel heen en in aanwezigheid van vier monniken openden zij de tombe van de heilige Nicolaas. Zijn gebeente dreef in de olie en zij brachten het over naar Bari in het jaar onzes Heren 1087.” (Historia Sancti Nicolai 57-58)