Lord versus Lord

Twee premiers, de Griekse en de Britse, praatten andermaal over de marmeren beelden van het Parthenon in het British Museum. Roofkunst ligt vandaag gevoelig. Twee eeuwen geleden kibbelden ook twee Engelse Lords daarover: Lord Elgin, de man van de zogenaamde kunstroof, en Lord Byron, de romantische dichter die streed voor Hellas. Tegen Elgin schreef Byron The Curse of Minerva (1811), een satire van maar liefst 312 verzen, en een jaar later herhaalde hij heel even zijn kritiek in Childe Harold’s Pilgrimage, Canto II.15:

Koud is de mens die niet met u kan rouwen,
Mooi Griekenland, om ´t schoons dat u bezat,
En die met droge ogen kan aanschouwen
Hoeveel de Brit geroofd heeft uit uw stad,
Waar hij als gast juist de verplichting had
De resten te behouden waar ze hoorden.
Vervloekt de rover die uw kust betrad
En nogmaals uw gewijde rust verstoorde!
Uw goden huiveren in het verfoeide Noorden.

(vert. Ike Cialona, 2009)

In de jaren tachtig was Boris nog een kleine Byron. Maar, zal hij nu denken: een leegloop van het British, en dus van het Louvre, het Prado, het Kunsthistorisches, … Weinig uit de kunstwereld staat of hangt waar het eigenlijk moest hangen of staan. De tol van de geschiedenis.