Kleine Zavel, denkend aan Bruegel

Op weg naar het KMSK. Andermaal Van der Weydens en Bruegels bekijken. En eindelijk nog eens in het park van de Kleine Zavel. Ik kijk op naar de graven Egmont en Hoorne, die op de dag voor Pinksteren 1568 onthoofd werden op de Grote Markt. Hun bloed kleeft aan Alva’s handen. Hun medestander Willem de Zwijger kijkt stil vanop zijn sokkel verscholen in het groen. Aan de andere kant Abraham Ortelius, Bruegels vriend. Wat was Bruegel in de benedenstad aan het schilderen tijdens die wrede maanden, vraag ik me af. Pieter voelde mee met de kleine man, zoveel is zeker. Over de hoge politiek geen streep verf in zijn werk. Ik gis: een Italiaanse opdracht, een van zijn laatste werken, want na 1568 is niets van hem bekend. Ik denk aan wat ik ooit in Napels zag op Capodimonte: De parabel van de blinden. De farizeeën uit Matteüs. De politici van alle tijden, hun arme volgers.