Fjodor van binnenuit

Christofi’s Dostojevski en de liefde zal me bijblijven. Niet alleen omwille van het roerend portret dat hij tekent, maar ook door de manier waarop dat beeld tot stand komt. Christofi schrijft geen klassieke biografie, hij kruipt met behulp van talloze citaten uit het oeuvre in Dostojevski’s hoofd, hart en pen. De man van Maria, Polina en Anna, de vluchtige minnaar, de armoedzaaier, de gokker, de ter dood veroordeelde jonge revolutionair, de vader, de schrijver, de epilepticus, de gelovige: elk facet wordt in een groots verhaal onderbouwd door en verweven met een paar honderd citaten uit het oeuvre. Dostojevski heeft zichzelf uitgeschreven in zijn werk, van Arme mensen (1846) tot De broers Karamazov (1880). Voor wie al een en ander las van de Rus, is het portret aangrijpend, aansporend voor wie nog iets van hem moet lezen. En die begint misschien maar best met Fjodors eerste en laatste werk.