Een zondag

In het huis van René Magritte in Jette valt het me eens te meer op dat de surrealist zich weinig laat inspireren door de oudheid, in tegenstelling tot De Chirico en Delvaux. Hij schildert de helft van zijn oeuvre in zijn kleine eetkamer, zijn paraplu en hoed hangen om het hoekje. – Iets van hem klinkt door in een van de brochures van het kerkhof van Laken: Ceci n’est pas qu’un cimetière. Te laat voor een grote rondgang, voor later dus een paar minder opvallende zerken: de schilders Navez en Khnopff, schrijver Michel de Ghelderode, en Michel de Craeyencour, vader van Marguerite Yourcenar. Des te meer valt De Denker van Rodin op boven het graf van kunsthandelaar en -verzamelaar Dillen. – De Brasserie Royale tegenover de koninklijke kerk blijft altijd open.