Een jonge Zweig

Stefan Zweig roept direct Schaaknovelle op en De wereld van gisteren. Hier staan verder nog Franse vertalingen van Sternstunden der Menschheit en Verwirrung der Gefühle, van zijn bio’s van Erasmus en Maria Stuart, en het essay over Verhaeren. In Louvre-Lens vond ik vorige week een dunne Livre de Poche met Die Wunder des Lebens (1904), een verhaal uit het prozadebuut van de 23-jarige Zweig. In het Nederlands, vermoed ik, compleet onbekend. De verheven en tragische novelle, waarin o.m. het mysterie van de artistieke creatie aan bod komt, speelt zich af tijdens de Beeldenstorm in het Antwerpen van de 16de eeuw. Bij de oude kunstenaar die een Madonna met Kind schildert, stipte ik een cruciale zin aan en vond de brontekst ervan hier: “Und in dieser Minute, da er dem Geheimnis göttlicher Kräfte und unbegrenzter Lebensfülle so nahe stand wie noch nie, da sann er nicht ihren Wundern und Zeichen nach, sondern lebte sie, indem er sie selbst erschuf.” Soms valt een kleine parel je zo in de schoot. En moeten andere boeken heel even wijken.