Renaat Ramon: beeld en woord

Gisterenavond huldigden we in Brugge Renaat Ramon. 85 jaar. Dichter en beeldend kunstenaar. Zelfs méér dan dat. Ramon laat beide kunsten samenspelen in visuele poëzie. Hij bedacht dat genre niet zelf. In de Anthologia Graeca staan daar ook al voorbeelden van, en Mallarmé, Apollinaire en Van Ostaijen zijn grote representanten van het beeldgedicht. Ooit presenteerde ik in de Brugse boekhandel De Reyghere Ramons Rebuten (2004), onbestelbare brieven aan 35 antieke heren. Op de kaft het visueel gedicht neoclassicisme uit de bundel Ongehoorde gedichten (1997). Een sprekend beeldgedicht dat briefgedichten dekt. Die ‘antieke’ bundel Rebuten steekt uiteraard in zijn pas verschenen verzameld dichtwerk Borgtocht (Poëziecentrum), die brieven in verzen werden er zelfs met acht gedichten aangevuld. Ik beschouw die bundel van wezenlijk belang om zijn wereld en zijn werk te begrijpen. Bij de modernist Ramon speelt de antieke wereld een niet geringe rol, de twee indrukwekkende delen van Borgtocht (Woordwerk en Beeldwerk) illustreren dat.

Trias
Voor Renaat Ramon

1.
Hij beeldt, verbeeldt zijn wereld met de stof
van marmer, staal, papier: stil evenwicht
in kringen, krommen, rechten. Orde. Of:
door maat brengt hij oneindigheid in zicht.

2.
Hij dicht, verdicht zijn wereld met het woord.
Een zachte muiter tegen al wat klonk
als vals, voos, en zijn rechte blik verstoort.
Een vrije geest, een goddelijke vonk.

3.
Hij beelddicht, brengt betekenis in beeld
met tekentaal van letter en van cijfer,
raakt het geheim van wat vervoert, en heelt.
De rekenaar, de tekenaar, de schrijver.

Patrick Lateur
20.X.2021