De nacht van Herculaneum

De veertiger vluchtte in een oktobernacht van 79 n.C. Uit de Vesuvius kwamen lichtflitsen en een stroom van lava, rotsen en as, modder en gas. Een temperatuur van honderden graden, een snelheid van meer dan honderd kilometer per uur. De man greep nog snel naar zijn centen, rende richting zee, de pyroclastische stroom haalde hem in en neer. Mors atrox. Nu vond men hem in een metershoge lavamuur, met de resten van weefsel en metalen. Wellicht zijn portemonnee.
Maar is die vondst dan zo uitzonderlijk als de media melden? Tot voor een paar decennia trof men in en aan de voet van die lavamuur een paar honderd skeletten aan, mensen die naar het strand waren gevlucht. Die opgravingen in Herculaneum werden onlangs hernomen, en resultaten mochten niet uitblijven. Bovendien moet je zoiets bekendmaken op het juiste moment. Laat nu vrij recente vondsten net 17 oktober tippen als datum van de uitbarsting. En laat dan maar de subsidies pyroclastisch stromen. En de toeristen.
Intussen bevrijdt men de ongelukkige veertiger uit zijn lavablok en krijgt hij een plaats bij zijn stads- en lotgenoten.