Damned Damiaan, Caravaggio en Gezelle

In de trein naar een strand waar ik wat uit wou waaien, lectuur van La solitude Caravage (2019) van Yannick Haenel, een boeiende spirituele biografie van Caravaggio. Op pagina 96 lees ik dat Giovan Battista, een broer van de schilder, in 1583 op elfjarige leeftijd de wijdingen ontvangt die hem bestemmen voor het priesterschap. Geestelijk kindermisbruik, zouden we denken.
Volgens een recente Gezellestudie ‘moeten we met enige plaatsvervangende schaamte constateren dat hier (sc. in de context van kinderarbeid) een man aan het woord is die óf geen sociaal standpunt durft in te nemen, óf verbluffend knap inspeelt op verschillende sociale kringen waarin hij wil functioneren.’ (Gezelle in context p. 103). Daens was dé uitzondering, denk ik dan.
Wat in de 16de en in de 19de eeuw gebeurd is, is geschiedenis. Natuurlijk roept dat in 2021 vragen op. Maar ik heb nog meer vragen bij de vaststelling dat wij het er duidelijk moeilijk mee krijgen om geschiedenis te laten zijn wat ze is, namelijk dat wat geschied is.