Amiens 3 – Water

Tussen treurwilgen en groentebedden ontwaar ik vanop de smalle waterbanen van de Somme in de ‘hortillonnages’ veel kleur en kitsch rond de weekendhuisjes van de Amiénois, maar ook nog wat landelijke eenvoud bij de echte groentetelers op dit broekland. En tussen al dat groen plots ook de spits op de viering van de kathedraal. Niet eens zo ver weg, want volgens de traditie waren het artisjokboeren die exact zevenhonderd jaar geleden een stuk land afstonden voor de bouw van hun Notre-Dame.
In The Bible of Amiens noemt John Ruskin de stad het Venetië van Picardië. Marcel Proust vertaalde het werk, daarin vooral door zijn moeder bijgestaan, want zijn Engels was niet je dat. En over die spits lees ik bij Ruskin-Proust in de ouverture: ‘Elle ne jette pas de flamme, elle ne produit pas de mouvement, elle ne fait pas de mal, la belle flèche; sans panache, sans poisson et sans barbillons; sans but, dirons-nous aussi, lecteurs vieux et jeunes, de passage ou domiciliés? Elle et l’édifice d’où elle s’élève, qu’ont-ils signifié un jour?’
Ik parafraseer Péguy en zie die spits als de mooiste stengel in dit labyrint van de Somme.