Zondags woord en beeld – 17

  • ‘Meisje, Ik zeg je, sta op.’ Meteen stond het meisje op en liep rond. Ze was twaalf jaar. Ze raakten buiten zichzelf van opwinding. Hij beval hun met nadruk dat niemand dit te weten zou komen, en Hij vroeg hun om haar te eten te geven.
  • ‘Puella, tibi dico: Surge!’ Et confestim surrexit puella et ambulabat; erat enim annorum duodecim. Et obstupuerunt continuo stupore magno. Et praecepit illis vehementer, ut nemo id sciret, et dixit dari illi manducare.
  • ‘Τὸ κοράσιον, σοὶ λέγω, ἔγειρε.’ καὶ εὐθὺς ἀνέστη τὸ κοράσιον καὶ περιεπάτει, ἦν γὰρ ἐτῶν δώδεκα. καὶ ἐξέστησαν εὐθὺς ἐκστάσει μεγάλῃ. καὶ διεστείλατο αὐτοῖς πολλὰ ἵνα μηδεὶς γνοῖ τοῦτο, καὶ εἶπεν δοθῆναι αὐτῇ φαγεῖν.

Evangelie: Marcus 5:41b-43 (KBS 1995 – Vulgata – Septuaginta)
Annemiek Punt, De opwekking van het dochtertje van Jaïrus, 2006 (Nieuwe Kerk, Delft)